amateurbeelden van de aanslag

Edit: een centraal gegeven in deze post blijkt niet met de realiteit overeen te stemmen. Ik dacht dat het journaal beelden had getoond van de aanslag in Nice. Alles leek daarop te wijzen. Maar iemand die niet weggezapt heeft op het moment dat de vrachtwagen versnelde heeft me verzekerd dat er toch geen “choquerende” beelden getoond zijn. Hieronder de ongewijzigde tekst.

Een bepaalde categorie van filosofische vragen heeft me altijd bijzonder gefascineerd. Voorbeeld 1: thuis zit ik dagenlang na te denken over mijn leven, redenen te bedenken om dit of dat wel of niet te doen; dan ga ik één keer wandelen en midden in de velden bekijk ik de dingen plots met een heel andere blik. Het is plots duidelijk wat ik wil doen. Dan ga ik bij mezelf na of de redenen die ik thuis overwogen heb nu zo fout waren, en ik constateer dat ze niet zozeer fout waren als geen rekening hielden met duizenden kleine subtiele facoren die ik niet in aanmerking nam. Maar hier in de velden is het alsof de natuur mij die kleine subtiele elementen zachtjes influistert, juist op of juist onder de grens van wat ik bewust registreer. “Dat de wereld mooi is” is een triviaal voorbeeld van één dergelijke factor, eentje die op zijn eentje duidelijk geen gewicht in de schaal legt, maar samen met duizend andere factoren mijn denktoneel toch op een door en door logisch geldige manier uit het moeras trekt. Voorbeeld 2: op een van mijn studentenkoten werd er gezamelijk gegeten in de keuken. Het was volstrekt acceptabel voor iemand om de keuken binnen te komen en de radio aan te zetten, ookal zaten er vijf mensen zonder radio te eten. Omgekeerd was het niet acceptabel om bij het binnenkomen de radio af te zetten als er vijf mensen met radio zaten te eten. Hebben we iets als een recht op stilte? Wel, het interessante aan die vraag is dat je aanvoelt dat de filosofie of de ethiek tegen die vraag niet opgewassen is; daarom dat het voorbeeld me nog steeds af en toe bezighoudt. De filosofie zal altijd sterk in de verleiding zijn om te gaan analyseren en om te besluiten dat er niet iets is als een beginpositie van stilte. De radio die opgezet wordt lijkt zonder meer in dezelfde categorie te vallen als het gezoem van de koelkast of het gezoef van de auto’s die buiten voorbijrijden, en daarmee lijkt het laatste woord gezegd te zijn.

Vandaag heb ik het 13u-journaal opgezet en het na één minuut al weer moeten afzetten. Martine Tanghe vertelde over de aanslag in Nice. Er was er een kaart van Nice met een rode streep die het traject van de witte vrachtwagen uitbeeldde. Dan kwamen er plots amateurbeelden van de witte vrachtwagen zelf, hoe die in de straat aan het rijden was en dan plots versnelde. Dat is het punt waarop ik gestopt ben met kijken. Het had er alle schijn van dat het journaal beelden ging tonen van hoe de vrachtwagen mensen van de weg maaide. Dit is ook een van die gevallen waar ik het over had. Waarom stop ik de uitzending? Waarom zou de vrt de beelden niet mogen uitzenden? Het heeft er toch alle schijn van dat ik bij voorbaat in het verliezende kamp zit als ik denk dat ik hier een reden voor kan geven. Het zijn gevallen waar het logische denken in één richting lijkt te wijzen, en gelijk welke andere overwegingen aan de kant van de irrationaliteit lijken te belanden. Natuurlijk moet de vrt de beelden tonen! Kijkers willen geïnformeerd worden, we leven in een beeldcultuur, dit is de realiteit, van zulke ernstige feiten mogen we onze ogen niet afwenden, enzovoort.

Het fascineert me vanuit filosofisch oogpunt. De twee voorbeelden en de tv-uitzending van vandaag hebben gemeenschappelijk dat het denken hier aan zijn grenzen komt. Om precies te zijn, het komt aan zijn voorlopige grenzen. Want dat is juist het fascinerende, dat je kan zien dat het geen definitieve grenzen zijn. Maar het denken komt aan een weerstand, en die weerstand moet in elk geval nu mee in de beschouwing genomen worden als een factor, en enkel dan kan er verder gedacht worden.

Meestal gebeurt er iets anders. Meestal denkt men dat men überhaupt niet verder kan denken, dat het domein van het denken aan deze weerstand of voorlopige grens ophoudt en dat hier een ander domein begint, bijvoorbeeld het domein van principes, het domein van waarden of het domein van traditie. Waarschijnlijk zullen veel tegenstanders van het tonen van choquerende beelden inderdaad vanuit hun principes of hun religie spreken. Een veel voorstanders zullen onmiddellijk een conservatieve motivatie veronderstellen bij al degenen die het niet met hen eens zijn. Beide groepen geven daarmee alleen te kennen dat ze in hun denken maar tot een bepaald punt bereid zijn te gaan en niet geloven dat er voorbij dat punt nog een redelijke dialoog kan gevoerd worden.

Ik ga alleen zo door over deze dingen omdat aan de ene kant geaffronteerd ben door het tonen van de beelden door de vrt, terwijl ik aan de andere kant geloof dat dat gevoel veel meer is dan iets dat herleid kan worden tot waarden, principes of gelijk welk rigide geloof dat boven de logica gaat. – En eigenlijk ook een beetje omdat ik geloof dat de filosofie hier wel iets kan bijbrengen, hier waar ze geen leed kan verzachten of oplossingen tegen terrorisme aanreiken. Ze kan tonen dat het tijd is om in het denken niet te blijven staan bij schijnbare eindpunten; de wereld heeft dat nu nodig.
En na al het bovenstaande, nu endelijk: waarom ben ik teleurgesteld in de keuze van de vrt om beelden van de aanslag in Nice uit te zenden?

Respect, om met dat heikele punt te beginnen, speelt een rol. (1) Een stervende mens bekijken wil ik alleen doen met het gepaste respect, en (2) ik ga ervan uit dat we het daarover eens zijn. Opmerking: religie of traditie heeft geen bepalende invloed op (1) of (2); natuurlijk wel een invloed in die zin dat we allemaal ingebed zijn en niet denkbaar zijn zonder een maatschappij die ons voor een groot stuk maakt tot wie we zijn, maar geen bepalende invloed. Het is een rechtstreekse, oorspronkelijke overtuiging.

Moet ik dan altijd vermijden stervende personen te zien? Nee, ik moet er alleen voor zorgen dat dat gepaard gaan met een besef van de ernst van wat ik zie.

Komt dat besef of dat respect dan niet vanzelf? Wordt het niet automatisch opgeroepen door het zien? Hier wordt het reeds moeilijker om het pad van de logica te blijven volgen.

Eén antwoord is: (3) het zou geen verschil maken als het respect vanzelf kwam. Dat kan niet relevant zijn in de beslissing om zulke beelden uit te zenden.

Een ander antwoord is: (4) blijkbaar niet, als iets als dit kan bestaan: link. Je zou immers ook denken dat John Lennon ofwel een soort respect afdwingt, ofwel niet, maar dat indien hij bij een kijker een soort respect afdwingt, dat die kijker dan ook zou gruwen van het idee dat dat gevoel transfereerbaar zou kunnen zijn op een model van Citroën. Maar blijkbaar verwachtte het marketingteam achter de reclamespot dat die Citroën niet minder maar integendeel meer exemplaren ervan zou doen verkopen. (En zo kan je ook je hart vasthouden voor het idee dat iemand rijk zou willen worden door een televisiestation op te richten dat kijker lokt met beelden van stervende mensen – maar dat doet logisch gezien niet eens ter zake.) Nee, als de Citroënspot werkt, dan betekent dat dat de juiste gevoelens niet altijd automatisch komen.

Nog een antwoord is (5) dat men nog niet zolang geleden helemaal anders omging met de situatie. Men verwachtte dat bepaalde gevoelens automatisch gingen opgeroepen worden en juist daarom waarschuwde het nieuwsanker “gevoelige kijkers” voor mogelijk choquerende beelden. Wat de conclusie ook is die je uit (4) en (5) moet meenemen, alles bij elkaar genomen lijkt het erop dat gevoelens van respect eerder minder automatisch dan vroeger worden opgeroepen dan meer – zodat we opnieuw bij (3) uitkomen.

Het stoort me dat (6) de vrt de beslissing om met de beelden om te gaan zoals ik dat gepast vind uit mijn handen neemt. Maar ook dit is nauwelijks relevant voor de zaak. Het stoort me ook dat ze reclame voor gokkantoren rubriceren onder boodschap van algemeen nut, of dat sommige artikels op de site alleen over een tweet gaan. Vele dingen storen me, maar niet al die dingen zijn het waard om bij stil te staan.

Wat ik een affront vind, is dat er afgestapt is van (2), dus van het idee dat we het erover eens zijn dat zulke beelden niet zomaar getoond zouden moeten worden. Ik kan me niet voorstellen wat hierbij de doorslag heeft gegeven, maar het moet zijn dat de redactie op een of andere manier heeft gedacht: de kijkers willen dit zien. Welnu, dat geef ik graag toe, als de kijkers het willen zien, dan zend je het natuurlijk maar beter uit. Maar ik weet dat ik het niet wil zien, of liever … misschien is het wel goed dat een redactie de taak op zich neemt om mij te dwingen dit zo ernstig als mogelijk te nemen, mij te bombarderen met gevoelens die mij het monumentale van deze gebeurtenis diep in de ziel prenten – maar als dit een stap in die richting is, dan wel een heel klungelige. Nee, ik blijf erbij dat ik dit niet wil zien. Dus hoe komen ze er dan bij te denken dat de doorsnee van de kijkers het wel wil zien? Ik kan het idee niet van mij afzetten dat er hier afgewogen is. Men heeft, waarschijnlijk niet expliciet, alles wat te maken heeft met “het gepaste respect”, “het fatsoen” enzoverder in de ene kolom gezet en zaken als beeldcultuur, gewenning en informatieplicht in de andere. Het beeld van zo’n kolom doet mij willen uitschreeuwen: dat krijg je nu als je over deze dingen spreekt in termen van waarden en behoud van tradities! Een waarde is goed als leidraad voor iemand die niet zelf kan inzien waaraan hij zich te houden heeft. Maar we leven in een kenniscultuur. Waarden zijn voorbijgestreefd als ze zozeer losgekoppeld zijn van het oorspronkelijke inzicht dat het lijkt alsof er geen oorspronkelijk inzicht meer in terug te vinden is, alsof het louter gewoontes en tradities zijn zonder intrinsieke reden om ze verder te zetten.

Ik voel me als puntje bij paaltje komt gewoon beledigd door de vrt, dat zij dachten dat ik liever de beelden zag, omdat mijn oorspronkelijke gevoelens van respect voor het sterven van tientallen mensen het onderspit zouden delven tegen een of andere opeenstapeling van bijkomstigheden. Ik geloof ook dat het nog veel meer is dan dat, namelijk dat de vrt niet alleen mij beledigd heeft maar ook de duizend andere Vlamingen die het journaal aan het bekijken waren, maar het zou kunnen dat ik mezelf op dat punt voor de gek houd.

Ik zou dit aan de andere kant echter niet geschreven hebben als dacht dat het alleen om mijn eigen affront ging. Het gaat om iets algemeners. Het gaat ook over dat gebied waar het denken aan zijn grenzen komt en die grenzen mee in rekening moet beginnen nemen.

Het gaat ten slotte over de taak van de filosofie in een erg onfilosofische wereld, en daar wil ik nog één ding bij opmerken. Ik heb vandaag hier en daar gelezen “klik niet op de foto’s van de dode mensen, dat is wat de terroristen willen.” Dat klopt natuurlijk, maar dan ook vooral omdat dat een plek is waar we zo kwetsbaar zijn. Waarom laten beelden, sociale media en de algemene snelheid waarmee informatie zich verspreidt zich zo gemakkelijk gebruiken door mensen met kwade bedoelingen? Omdat deze dingen nog ongetemd zijn. Maar ze temmen zal meer vergen dan niet klikken op de foto’s of beelden niet uit te zenden. Daarvoor helpt alleen meer inzicht in wat er werkelijk speelt, en niet terugschrikken als dat alleen te vinden is in heel subtiele factoren. Daar ligt een taak voor de filosofie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s