Een college over Heidegger

Om de vierde verjaardag van deze blog toch niet helemaal ongemerkt te laten voorbijgaan, post ik een gedachte die ik niet zo lang geleden opgeschreven heb. Deze gedachte heb ik wel al uitgeschreven, maar nog niet ingekort. Misschien is hij wat te lang voor het punt dat hij wil maken. Maar vaak kan ik dat ook niet goed inschatten en denk ik jaren later dat ik iets toch langer had moeten uitschrijven.

*******

De professor gaf les over angst. Het was het college over Heidegger, en een les over het wezen van angst was zijn manier om de studenten snel tot de kern van de zaak te laten doordringen. Er zijn meer manieren om Heidegger uit te leggen aan studenten; maar waarom die didactische buitenkans laten voorbijgaan om een punt centraal te stellen waar de studenten emotioneel bij betrokken zijn? Geen abstracties, zoals bij een les over Aristoteles of Plato, vandaag angst.

Wie een taxonomie van de angst opstelt, moet verschillende types onderscheiden. Zo denken we, als we het woord angst in de mond nemen, meestal aan angst voor een specifiek angstaanjagend gegeven. Maar er bestaat daarnaast ook nog een angst zonder voorwerp. De professor beschreef die: een angst die je overvalt zonder aanwijsbare reden, een gevoel van ‘Unheimlichkeit’.

Het was een herkenbaar gegeven. Natuurlijk voelden veel van de studenten zich aangesproken. Ze herkenden iets in de woorden van de professor dat ze zelf meegemaakt hadden. Of iets dat in elk geval daarop leek.

Ik had een dergelijke beschrijving al eerder gehoord. Omdat ik een jaar was blijven zitten, had ik al eerder een inleidende les over Heidegger bijgewoond. Een didactisch minstens even begaafde prof had die gedoceerd, was echter via een andere weg bij een beschrijving van dat gevoel van Unheimlichkeit uitgekomen. Hij had een reeks voorbeelden gegeven van situaties waarin er een heel fundamenteel houvast wegvalt, een houvast dat zo fundamenteel is dat je zelfs niet beseft dat het er is om je aan vast te houden. Eén voorbeeld ging over een man die na de dood van zijn vrouw voor het eerst weer in zijn huis komt, en plots de meubels en de muren ziet met een geheel andere blik. Ze doen zich aan hem voor als iets dat hij niet herkent, en toch ook wel herkent, een beetje alsof hij ze nu pas in hun ware gedaante ziet, maar dan een gedaante die hem beklemt en vreemd is.

Natuurlijk gaat het om die laatste ervaring, omdat die ons volgens Heidegger iets leert over de ware aard van de werkelijkheid. De angst zelf is filosofisch vooral interessant als een weg die naar deze ervaring leidt. Daarom ook dat de manier waarop de professor de les opgezet had een beetje misleidend was. Veel studenten dachten dat het ging over hun eigen ervaringen die de prof zo herkenbaar schilderde, terwijl het de prof er alleen om te doen was Heideggers opvatting van de werkelijkheid scherp te krijgen. Er was wel degelijk een raakpunt tussen de ervaringen van de studenten en Heideggers theorieën, maar dat raakpunt was smaller dan de meeste studenten beseften, en dan de zwier waarmee de professor in het begin van de les over diepgewortelde en nog diepergewortelde angsten sprak suggerreerde.

Tijdens het jaar dat ik was blijven zitten had ik trouwens nog een derde professor over Heidegger horen spreken. We hadden een tekst van de iets oudere Heidegger gelezen die ging over techniek. In feite kwam ook het gedachtespoor uit die tekst bij hetzelfde werkelijkheidsbeeld uit. De tekst gaf een beschrijving van ons omgaan met de wereld, een omgaan dat getekend was door meetbaarheid, een instrumenteel omgaan met de wereld. In dit omgaan, zo Heidegger, vatten we de wereld naar zijn gewicht en afmetingen en willen we de dingen gebruiken voor onze doeleinden. Dat doen we spontaan, maar er er is achter en doorheen deze wereld zoals we hem met onze technische ogen zien ook nog de wereld zoals hij echt is. Deze steen is meer dan het feit dat hij twee kilo weegt en twintig centimeter breed is, maar dat echte wezen verbergt zich voor onze blik.

Het was een periode waarin er veel Heidegger gegeven werd. Professoren hadden het gevoel dat studenten Heidegger wilden horen.

Ik had een zekere afkeer van Heidegger; ik begreep hem niet goed en faalde telkens opnieuw in mijn pogingen hem te begrijpen. Zo ook in het college over angst. Ik stelde een vraag aan de professor, en het loutere feit dat ik die vraag stelde toonde duidelijk aan dat ik Heidegger niet diep genoeg begrepen had. De prof kon niet anders dan mij op het hart drukken dat ik het verschil tussen de soorten angst niet goed begrepen had.

Dat zat zo. Een van de bewoordingen die de prof hielpen de kwestie van de angst duidelijk te stellen was het begrip ‘thuiszijn’. Je kan thuis zijn in je woonkamer en angst hebben voor een spin in je woonkamer. Dat is de ene soort van angst; die heeft een object en is duidelijk in een begrip te vatten. De andere soort is wanneer je in je woonkamer zit, maar het thuiszijn om een of andere reden verloren raakt. Je bent nog in dezelfde ruimte, maar je bent niet meer thuis. Dat is pas de echte angst, die geen object heeft, die net daarom zo moeilijk te vatten is omdat wij hem, als we kunnen, altijd uit de weg gaan. Na de les ging ik naar de prof toe en vroeg hem: “Is het niet ook mogelijk om thuis te zijn in de angst?” Zijn antwoord: “Als je dat vraagt, heb je niet begrepen wat de echte angst is, dan stel je je nog iets voor dat bij thuiszijn hoort, dat dus moet horen bij de angst voor een welbepaald ding.” Ik ging helemaal in de war naar huis, niet alleen zonder duidelijkheid over Heideggers filosofie, ook zonder idee van wat ik nu moest doen. Moest ik om te slagen voor het examen eerst persoonlijk een existentiële angstcrisis doormaken, of kon ik de leerstof ook begrijpen zonder dat appel aan de persoonlijke ervaring? Het scheen me toe dat het niet anders kon dan dat ik van kwade wil was. Ik wilde liever van goede wil zijn, zoals de andere studenten, maar het ontbrak mij blijkbaar aan de kracht of de wil om doorheen het web van sussende schijn-antwoorden en psychologische verdedigingsmechanismen door te dringen tot de afschrikwekkende werkelijkheid die zich daarachter verschool. Ik wist niet hoe ik mijn thuiszijn-in-de-wereld moest opgeven, ookal wilde ik het. Het feit dat ik dacht dat ik mij een heel duidelijk beeld kon vormen van wat de prof bedoelde met de angstaanjagende echte wereld achter de dagdagelijkse hielp niet, want juist op dat punt moest ik me vergissen. Dwaasheid te denken dat men thuis zou kunnen zijn in de afschrikwekkendheid!

En toch.

Het kan zomaar gebeuren; je bent er niet op bedacht.

Je denkt bijvoorbeeld na over een blad papier. Het is een A4-formaat, denk je. Het heeft dus een speciale verhouding tussen lengte en breedte. Er is namelijk een bepaalde verhouding van rechthoeken die de speciale eigenschap heeft dat de verhouding dezelfde blijft als je het blad in de lengte in twee plooit (en een kwartslag draait). Die speciale verhouding heeft een A4-blad. Het is de verhouding van één op de vierkantswortel van twee. Het is gewoon een wiskundige verhouding zoals de gulden snede ook een wiskundige verhouding is. In het feit dat A4-bladen deze verhouding hebben ligt dus ook het feit besloten dat A5 niet meer is dan de helft van A4, en een kwart van A3, enz. Het zou goed kunnen dat één van de zijden van A1 precies één meter is. Ja, je denkt dat je dat eens op wikipedia gelezen hebt.

Dat verklaart dus de eigenaardige afmetingen van een A4-blad. Lange jaren van je schooltijd heb je je afgevraagd waarom de lange zowel als de korte kant afmetingen hebben die niet op een gewone meetlat staan. Maar is dat anderzijds niet een gelijkaardig geval als het ontbreken van de mogelijkheid om een strook van tien centimeter met behulp van een meetlat in drie te delen? Dat is iets waar je mee hebt leren leven, je kan de driedeling altijd nog netjes voltrekken met een meetkundige constructie. Een A4-blad namaken met behulp van alleen een meetlat schijnt echter niet te gaan. Waarom niet? Omdat het niet 29,7 is dat de lengte van de langste zijde uitmaakt, maar een getal met meer cijfers na de komma. En die vind je niet op een meetlat. Of is het anders? Je twijfelt even, op papier dat je koopt staat altijd een afmeting, en die is uitgedrukt met niet meer dan één of twee cijfers na de komma. Zou het dan toch kunnen dat ze het afronden? Maar als ze het afrondden, dan zou het ook niet meer kloppen dat een A3 precies even groot is als twee naast een gelegde A4’s. Het is het één of het ander. Bij nader inzien is het het ander, want de lengtes niet afronden zou alleen zin hebben als één van de twee kanten een rond getal was, bijvoorbeeld 20 cm of 25 cm – en dat is niet het geval.

Dat zijn de normale dingen die door je hoofd gaan. Tot zover niets bijzonders. Dan kom je echter onvermijdelijk tot een diepere beschouwing: wat kan in hemelsnaam het verschil zijn tussen een strook van tien centimeter in twee delen en hem in drie delen? Dat kan toch alleen toevallig zijn. En het is ook louter toevallig. Onze meetlatten zijn niet zo gemaakt dat er streepjes staan bij elke verdeling van een centimeter in drie; dat is historisch toeval en heeft met de meetkundige kant van de zaak niets te maken.

Je komt tot het besef: ik heb altijd een speciale status toegekend aan de afstanden die uitdrukbaar zijn met niet meer dan één cijfer na de komma, zoals bijvoorbeeld 29,7. Ik ging ervan uit dat die wel, en de afstanden als tien gedeeld door drie, pi, vierkantswortel twee en één meter maal de gulden snede niet duidelijk te vatten waren, dat ze niet zo eenduidig en nauwkeurig als nodig te tekenen en te knippen waren. Ik was echter fout, d.w.z. het was maar een indruk.
Het gevolg hiervan: ik moet ook mijn geloof in het bestaan van iets als 10cm of twee kilo opgeven. Dergelijke begrippen corresponderen met de werkelijkheid in het gewone leven, bijvoorbeeld bij de slager. Maar in de wetenschapsfilosofie stichten ze toch vooral verwarring. Bijvoorbeeld deze: een kleur is zogezegd een secundaire eigenschap omdat je hem niet kan meten (of: omdat hij subjectief is, omdat je hem niet kan meten). Daarentegen is een gewicht een primaire eigenschap omdat je het wel kan meten. Het onderzochte ding is bijvoorbeeld 16,511 kilo. Voilà, je hebt het opgenomen in je wetenschappelijke spel, het voldoet in tegenstelling tot de kleur, aan de spelregels. Maar wat als je moet toegeven dat er niet zo iets bestaat als 16,511? Of althans niet buiten de sfeer van de gedachten, niet binnen de sfeer van de werkelijke dingen.
Je komt ook uit bij een begrip van de ware werkelijkheid, die verborgen blijft achter een halve, een schijn-werkelijkheid, die zich achter een andere, door onze voorbewuste structureringen gevormde werkelijkheid bevindt.

Alleen is het hier duidelijk en overzichtelijk gebeurd, zonder dat je het bent moeten gaan zoeken in buitengewone toestanden. Deze echte wereld nodigt uit je erin thuis te maken.

Met de conclusie dat een kilo in de echte wereld nooit een kilo is, een meter nooit een meter, heb ik ook niets nieuws gezegd. Maar ik wil op het volgende wijzen. Op het punt waar men beseft dat een kilo nooit een kilo is, daar zou men moeten aanknopen aan het gevoelsmatige. Men doet er verkeerd aan dat besef zo licht voorbij te laten gaan, zo abstract te vatten – terwijl het de verstrekkendste gevolgen heeft voor ons wereldbeeld. Aan de andere kant doet men er verkeerd aan de kern van de zaak op het spoor te willen komen via de angst, of via andere abnormale emotionele toestanden. Ja, het heeft er iets mee te maken, maar vooral zijdelings, als bijverschijnsel. Inderdaad, het ontbreekt de filosofie zo vaak aan diep doorvoelde emoties, maar het kan niet juist zijn meer extreme emoties om een feit heen te draperen dan dat feit uit zichzelf kan oproepen. Wat je moet doen is het feit nuchter vatten en eens je het gevat hebt het in zijn volle emotionele draagwijdte doorvoelen.

Ik zeg niet dat Heidegger dat niet gedaan heeft. Alleen dat ik droom van een universiteit waar filosofie gegeven wordt die, via ideeën, nieuwe emoties oproept bij de studenten – inplaats van alleen de gevoelens aan te grijpen die de studenten meebrengen (zolang ze ze nog meebrengen) om daar theorieën aan op te hangen die schijnbaar alles te maken hebben met die meegebrachte gevoelens, maar op de lange duur alleen kunnen teleurstellen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s