Enkele half aan elkaar hangende gedachten over economie en maatschappij

1

“Wat goed is voor de economie is ook goed voor de maatschappij.”

Over die stelling kan je eindeloos discussiëren. Het lijkt ook alsof er meer over gediscussieerd wordt, en daar kan men maar blij om zijn. Misschien krijgen we zo toch nog de verandering waar veel mensen op gehoopt hebben toen ze bij de laatste verkiezing hun stem uitbrachten.

Dit artikel heb ik een paar jaren geleden gebookmarkt omdat het niet alleen voorspelbaar de bovenstaande stelling bijtreedt maar hem tegelijk ook op een onverwacht heldere manier weerlegt. Ik citeer eerst de weerlegging:

Het manifest [een occupy-manifest] benoemt de ‘prioriteiten’ die elke ‘ontwikkelde samenleving’ zou moeten stellen: gelijkheid, vooruitgang, solidariteit, vrijheid, duurzaamheid en ontwikkeling, welvaart en welzijn voor de bevolking.

Wat is hier verkeerd aan? Het rijtje bevat zo’n beetje alles wat een mens zich zou kunnen wensen. Dit steekt temeer daar een aantal doelen tegenstrijdig is. In een samenleving als Nederland meer gelijkheid nastreven? Prima, maar dat gaat dan ten koste van de welvaart. Meer solidariteit? Prima, maar dat gaat dan op veel terreinen wel ten koste van vrijheid. Meer duurzaamheid kan botsen met vrijheid en welvaart. Et cetera. Het manifest kiest geen prioriteiten. Het leeft in sprookjesland.

Als je de economie stimuleert om zo meer welvaart te creëren, zo vindt de auteur, dan moet je erbij nemen dat dit in minder gelijkheid zal resulteren. Op dezelfde manier staat welvaart door economische vooruitgang ook in de weg van meer duurzaamheid. Welvaart, en daarmee bedoelt hij welvaart als gevolg van economische maatregelen, is dus niet zonder meer goed voor de maatschappij.

Tegelijk zegt de auteur enkele regels verder:

Er is van alles in te brengen tegen de markteconomieën. Maar als er nou één ding is waar je ze niet van kan beschuldigen, dan is het dat er geen welvaart wordt gecreëerd.

Daarmee betoogt hij dat een goed draaiende economie wel degelijk de maatschappij ten goede komt.

Als ik het een artikel vind dat het waard is om te citeren, dan is dat omdat de mening die erin verdedigd wordt mij representatief lijkt voor hoe veel mensen over economie en maatschappij denken.

2

Maar hoe geraak je verder van deze mening naar een productief beginpunt dat ook voelt alsof het een beetje vaste grond onder de voeten heeft? Misschien door op het volgende te wijzen. Als er geen link was tussen goed voor de economie en goed voor de samenleving, dan zou de politiek geen economische maatregelen nemen en denken dat ze daardoor het beste bewerkstelligde voor de samenleving als geheel. Kijk naar de grote economische verhalen. Het neoliberalisme zegt niet: “Ons systeem is slechts voor een deel van de mensen voordelig.” Het zegt: “Ons systeem is het systeem waarin iedereen er het beste af is.” Als dat niet zo zou zijn, zou geen politicus het neoliberalisme kunnen verdedigen, want dan zou hij expliciet voor een onrechtvaardige maatschappij zijn.

Of kijk naar de reële economische principes. De uitvinding van de lopende band was een uitvinding die de maatschappij ten goede is gekomen. Ha ja, want daardoor besteedt de maatschappij als geheel minder tijd aan productie. Hetzelfde voor automatisering door techniek. Die kan men als men wil altijd verdedigen in naam van de maatschappij, door er simpleweg op te wijzen dat ze de maatschappij als geheel tijd en moeite bespaart.

De bovenstaande voorbeelden belichten alleen de pro-business kant van de zaak. Maar voor de andere ideologieën geldt hetzelfde. Stakers staken niet uitsluitend voor zichzelf. Ze willen ook een maatschappij die voor iedereen rechtvaardig is. Ze willen ook de best mogelijke maatschappij voor hun kinderen.

Het blijkt in de praktijk zo te zijn dat bijna alle grote verhalen over hoe een maatschappij geregeld moet worden over maatschappijen gaan die goed zijn voor iedereen. Misschien is dat er niet altijd even duidelijk uit naar boven te halen, maar het zit er wel in. Om even een extreem voorbeeld te geven: als de huidige regering “95 procent van de inkomens uit arbeid en vermogen in de portemonnee gaat zoeken van wie werkt en loon verdient en zo goed als niets in die van wie renteniert en slapend verder rijk mag worden,” om Yves Desmet even te parafraseren – dan zou zij zich niettemin geroepen voelen om te verdedigen dat dat de koers is die de maatschappij als geheel het meest ten goede komt. Ook voor de economisch meest kwetsbare mensen is die situatie het best, waarin een klein percentage van de mensen slapend rijk worden, of de alternatieven zijn alleszins toch minder goed. En deze absurd klinkende positie kan inderdaad ook verdedigd worden. Men kan zeggen dat het een schijn is, maar de schijn kan niet opgegeven worden.

3

Zeer to the point vond ik het artikel van Niels De Rudder waarin hij over de advertentie van Voka Limburg schrijft in het enig mogelijke register waarin je over een dergelijke advertentie kan schrijven. Nog leerrijker waren de commentaren op de website van Knack. Een hele rij mensen verwoordden hun versie van de kinderbrief, waarbij iedereen zijn eigen maatschappijvisie liet doorklinken. Maar bijna iedereen, onafhankelijk van rechts of links, maakte zich zorgen over de maatschappij die de volgende generatie zou aantreffen. Of het nu rechtse of linkse maatregelen waren die zij meer of minder subtiel in de mond van hun kinderen legden, het idee was telkens dat het alleen die maatregelen zouden zijn die nog een paar laatste decennia van welvaart uit het versleten project van een modern Europa zouden kunnen persen.

Er was echter één brief die van de andere afweek. Ik citeer:

Liefste mama en papa, ik wil jullie een briefje schrijven. Ik lig in mijn bedje en ween zo stilletjes mogelijk. Ik kan boos zijn op jullie, maar ik ben het niet. Ik had ook graag Nutella op mijn stutjes gehad, maar ik kreeg gewone chocopasta omdat jullie wilden sparen. Ik had ook graag op reis geweest, maar het kon niet elk jaar omdat jullie spaarden. Jullie spaarden en gingen naar de bank voor jullie droom. Samen een bedrijfje oprichten. Jullie sprokkelden al jullie spaarcentjes samen met het extra geld van de bank kochten een hangaartje en jullie begonnen. Jullie waren bijna nooit thuis. Papa altijd vroeg weg en kwam me altijd, als ik al sliep, een nachtzoen geven. Mama kon me naar school brengen, maar moest daarna in de creche blijven of naar oma en opa en mocht er blijven tot mama me laat kwam halen. In het weekend was papa ook altijd aan het werk, mama zat dan aan de computer om nog wat administratie te doen of deed de was en de plas. Jullie bedrijfje groeide. Er moesten mensen komen werken. Iedereen geloofde erin en jullie groeiden nog een beetje. Er kwamen nog mensen werken. Het was leuk, de mensen die kwamen werken hadden ook kindjes en we konden samen spelen. Er was ieder jaar een feestje voor iedereen die kwam werken met hun familie. We waren één grote familie. Maar toen kwamen plots die meneren van de vakbond. Die kwamen zeggen wat jullie moesten doen in jullie bedrijfje. Ze kwamen met dreigementen. Het was niet leuk meer omdat iedereen die bij ons werkte allen aan één kant stond. Buiten die ene gedelegeerde meneer van de vakbond. Die was altijd tegen iets en moest altijd alles verpesten. Het werd niet leuk meer. Maar ik ben trots mama en papa. Trots dat jullie met jullie doorzettingsvermogen en van nul begonnen een mooi bedrijf hebben uit de grond gestampt. Ik ben fier dat iedereen bij ons met plezier komt werken en met fierheid zet ik jullie levensdroom verder. Ik had gehoopt mama en papa, dat jullie nog mochten genieten van jullie ‘oude dag’. Genieten van wat jullie hebben bereikt. Maar het mocht niet zijn. Jullie zijn beiden te vroeg gestorven door ziekte. Mama en papa, bedankt voor alles en het ga jullie goed. Dit is een eerlijk en waar gebeurd stukje.

Het was waarschijnlijk de eerlijkste onder de brieven, maar tevens degene waarvan ik niet weet hoe ik haar moet interpreteren. Wordt hier een norm vooropgesteld van hoe een goed leven eruitziet? Ik neem aan dat het levensplezier niet uitsluitend gereserveerd was voor de oude dag, maar was het contact met de kinderen dat wel? Is het volledig ondenkbaar dat een vakbond ingrijpt, of is elke limiet die gesteld wordt aan wat men van zijn werknemers mag verlangen bij voorbaat onredelijk?

Ik krijg de indruk dat het in essentie gaat om doorzetten en van nul beginnen. Ik zou ook zeer trots zijn als mijn ouders van nul iets uit de grond gestampt hadden. Maar dit proclameren als model voor hoe we allemaal zouden moeten leven is toch merkwaardig. En nochtans is dat wat de schrijver schijnt te willen doen. Een Vlaanderen waarin het de norm is dat je, als je tijd hebt voor je kinderen, niet hard genoeg werkt. Daar kan ik mij al minder in vinden, hoe oprecht bewonderenswaardig ik het onder omstandigheden ook kan vinden als het uit vrije keuze gebeurt.

Ik kan het draaien en keren hoe ik wil, ik vind er niets in terug dat lijkt op een ideaal van een moderne maatschappij die voor iedereen goed is. Het lijkt eerder op een in wezen zinvolle maatschappijvisie, die echter zodanig verengd is dat ze tot een idee-fixe is verworden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s