Een uitbraaksel betreffende Liesbeth Homans

In de commentaarsectie van dit artikel in De Morgen:

Vorige week zat ik met twee kameraden een pintje te drinken in een Gents park. Kwam daar een andersgekleurde medemens schooien om mijn pak tabak, geen sigaret, maar het hele pak tabak. Ik heb hem vriendelijk verzocht om zelf tabak te kopen waarna de man voor heel het park tot vijf keer toe “racist” schreeuwde terwijl hij naar mij wees. Dus wie zich niet laat overvallen wordt racist genoemd. Dàt is de essentie van Homans’ betoog.

Wat een weldaad is het om dit te lezen. Misschien komt het vreemd over om dat zo te zeggen, maar ik vind dat de schrijver ons een grote dienst bewijst. Ik besef dat ik dit allemaal een beetje meer moet kaderen.

Er zijn om te beginnen een aantal verschillende niveaus, waarop er stuk voor stuk een gebrek is aan duidelijkheid:

  • Het niveau van de vraag “wat is racisme?”
  • Het niveau van de vraag “wat is wel en wat is niet het standpunt van de N-VA?”
  • Het niveau van de opvattingen van Liesbeth Homans
  • Het niveau van wat Liesbeth Homans in het interview in De Standaard met zoveel woorden zegt.
  • Het niveau van wat Liesbath Homans in het interview in De Standaard niet met zoveel woorden zegt.

Over al deze niveaus kan je lange discussies voeren en voor weinig dingen zijn er eenduidige aanknopingspunten te vinden.

Bijvoorbeeld de kwestie of racisme een gruwel is – dat is iets dat zweeft tussen de laatste twee niveaus. Het geïntendeerde, dat wat niet met zoveel woorden gezegd is, staat er zo mooi. Wat ze bedoelt is zo duidelijk, als je het gehele citaat neemt:

“Getuige van racisme?” Jullie doen alsof het een gruwel is, een misdaad tegen de menselijkheid. De Vlaming is soms zó beschaamd over de eigen taal of cultuur. Als je andere partijen hoort over de cursus Nederlands, dan lijkt het wel alsof het een lijfstraf is. “Nederlands leren? Zot! Gij vuile fascist!”

Maar wat ze met zoveel woorden zegt, vormt een probleem. “Jullie doen alsof het een gruwel is.” Daarmee impliceert ze eenduidig dat het voor haar geen gruwel is, of op zijn minst niet altijd een gruwel is. En dat is zowel iets dat snel teruggenomen is als iets waarmee de N-VA waarschijnlijk niet wil vereenzelvigd worden.

Het is dus in zekere zin spijtig voor de geïntendeerde boodschap. Het valt tegen dat de idee “er gebeuren wel degelijk dingen die niet in het leve-de-diversiteitplaatje passen” door Homans niet geformuleerd kan worden zonder te zeggen dat racisme oké is (niet altijd een gruwel is). Hier vrolijk over heenstappen, à la “het is toch duidelijk wat ze bedoelt!” is iets wat NV-A’ers even weinig willen als anti-N-VA’ers. Ofwel bedoel je wat je bedoelt, ofwel bedoel je niet wat je bedoelt, maar dat laatste is gewoon een te hoge prijs om te betalen.

Terug naar de hoofduiteenzetting. Er zijn zoveel niveaus en zo weinig aanknopingspunten. Voor de filosoof is dat nu in eerste instantie geen probleem. Hij kan zijn onderzoek in het rijk van het hypothetische voeren. Hij stelt verchillende hypothesen naast elkaar, zonder zich zo direct om de werkelijkheid te bekommeren. “Stel dat dit vast stond, dan zou daaruit deze conclusie volgen, stond echter dat vast, dan zou daaruit die andere conclusie volgen, enzovoort.” Hij weegt de mogelijkheden tegen elkaar af, en merkt zo dat sommige configuraties van gegevenheden onmogelijk zijn. Om dit onderzoek uit te voeren, mag de filosoof zich niet laten leiden door zijn eigen vooroordelen. Hij moet bijvoorbeeld ook objectieve conclusies kunnen trekken uit de premissen dat er verschillen tussen mensen zijn afhankelijk van het ras waartoe ze behoren. Hij mag er niet op voorhand van uitgaan dat racisme fout is. In tegendeel, hij moet het ontdekken. Als hij het niet kan ontdekken, moet hij proberen te ontdekken onder welke voorwaarden racisme geldig kan zijn en onder welke niet. Maar het moet op onbevooroordeeld filosofisch onderzoek gebaseerd zijn.

Het probleem is dat hij nooit op basis van zijn filosoferen alleen de band met de feitelijke werkelijkheid kan vinden. Dat gebeurt altijd op basis van kennis van de feiten. De feiten leren aan de filosoof welke van de duizenden mogelijke situaties overeenstemmen met de wereld. Dit is iets dat gewoonlijk zonder dat we het merken gebeurt; we denken meestal niet zo eenzijdig rechtdoor, en dwalen spontaan niet al te ver af van de vertrouwde feitelijkheid. En toch, hoe onbevooroordeelder we denken, hoe meer we deze spontaniteit loslaten en zelf moeten beginnen opletten dat we de verbindingswegen met de werkelijkheid niet uit het oog verliezen.

Hier komt een stelling als de aan het begin geciteerde ons enorm te hulp. Het levert meteen een voorbeeld van waar het debat om draait. Het laat meteen zien hoeveel gewicht er moet toegekend worden aan de mening van diegenen die wel graag, als het mogelijk was, een racisme light zouden willen onderschrijven.

Ik zou dit verhaal nooit hebben kunnen verzinnen, maar het komt uit de feitelijkheid tot mij en heeft het effect van een bliksemflits. Ik maak er een maatstaf van om hypothesen te beoordelen, en het leidt me verder op de weg die ik denk dat de juiste is. Alles wordt helderder.

Ja, het sigarettenverhaal dat deze commentator vertelt is wat iedereen kan meemaken. Ja, het is iets waar je niet omheen kan. Het is exact het punt dat je niet kan wegredeneren. Inderdaad, iemand die ontkent dat dit gebeurt is dom of liegt.

Maar welke conclusie kan eruit volgen? Is dit, zoals de schrijver beweert, de essentie van Homans’ betoog? Antwoord: ofwel ja, ofwel nee. Maar niet elke configuratie van mogelijkheden is mogelijk.

Als het antwoord ja is, dan spreekt het voor Liesbeth Homans dat ze aanknoopt aan een feitelijkheid die niet kan weggeredeneerd worden. Soms word je uitgescholden voor racist omdat je je pakje tabak niet wil geven aan iemand die vraagt het te krijgen en die toevallig een andere huidskleur heeft (terwijl je het pakje evenmin zou geven als indien deze persoon dezelfde huidskleur had). Het spreekt dan voor Liesbeth Homans dat ze een probleem wil aankaarten dat reëel is maar moeilijk is om ter sprake te brengen, een probleem met onze houding tegenover racisme, een probleem met onze fluwelen handschoentjes. Het spreekt dan nogal sterk tegen Liebeth Homans dat ze een heel brede maatschappelijke problematiek tot deze feitelijkheid wil terugvoeren. Dat zouden jij en ik en de schrijver van het geciteerde stukje zonder enig bezwaar mogen doen, maar nu toch niet de voorzitter van het OCMW. Er zijn gewoonweg meer feitelijkheden, en veel acutere feitelijkheden, dan wat iedereen met een beetje pech kan overkomen, namelijk dat een paar voorbijgangers wel eens zouden kunnen denken dat het etiket ‘racist’ op hem van toepassing is.

Als het antwoord nee is, dat wil zeggen als dit niet de essentie van Homans’ betoog is, dan is er niets aan de hand. Dan knoopt ze niet aan bij dit feitelijke probleem. Dan kan niemand zich hier ook op een naar het emotionele neigende manier op beroepen. Het heeft geen betekenis. Het is misleidend, want het geeft de indruk dat Homans sympathiseert met de mensen die het slachtoffer zijn van dergelijk tabaksgeweld, terwijl ze in feite op een veel objectievere en neutralere manier met het thema omgaat.

Als het antwoord nee is, is het misleidend. En het is opvallend hoe misleidend het zou zijn.

Als het misleidend is, is het ook een belediging voor alle mensen die op de N-VA hebben gestemd en de indruk zouden kunnen krijgen dat het door Homans verwoorde standpunt het standpunt van de N-VA is, hetgeen op zijn minst toch door sommige commentatoren geïnsinueerd werd. (Ik citeer: “Voor de zoveelste keer komt De Witte tussen in een politiek debat én kiest hij partij. Zoals te verwachten valt, een frontale aanval op de N-VA.” Maar van de N-VA geen sprake in het artikel van De Witte, enkel van Liesbeth Homans.)

Op nog een ander vlak levert de geciteerde anekdote een maatstaf om het debat voor iedereen vooruit te helpen. Als we met deze anekdote de essentie van Homans’ betoog, en mogelijkerwijs van het betoog van de N-VA als geheel getroffen hebben, laten we dan de feitelijke basis respecteren. Inderdaad, dergelijke situaties komen voor, en ze zijn irritant. Laten we het daarover eens worden. Goed, maar als we het erover eens zijn, kunnen we ook een stap verder gaan. Welk gewicht moeten we aan een dergelijk geval hechten? Ik doe maar een eenvoudig voorstel: laten we ons een weegschaal voorstellen en laten we in de ene schaal dit probleem leggen met alle ergernis die erbij hoort. Immers, de tabakman is niet alleen, er zijn er meer die onder de dekmantel van racisme dingen willen die van ons zijn, en ze doen het misschien wel op grotere schaal, enzoverder. In de andere schaal leggen we de echte ervaringen van racisme, ondervonden door de mensen met de verkeerde huidskleur, toegbracht door – ja niet door ons natuurlijk, maar door “echte racisten”. Ik hoef die ervaringen niet te beschrijven. Jozef De witte treft wat dat betreft de juiste toon.

Vervolgens kijken we naar welke kant de weegschaal overhelt en proberen we het eens te worden over een interpretatie. Het is maar een voorstel, deze weegschaal. Maar laten we verder geraken. Doe een tegenvoorstel als het moet.

Zie je, het is een enorme winst zo’n concreet voorbeeld te hebben. Je hebt direct iets om je aan vast te houden. Iets dat de weg wijst omdat het feitelijk is. Het zorgt dat de discussie niet in de lucht blijft hangen, maar doelgericht wordt, omdat het over iets concreets gaat.

(Ik vermoed dat er in het bovenstaande dingen staan die ik anders zou zeggen als ik de tijd had om alles rustig na te lezen alvorens het te publiceren. Maar ik wil het liever nu publiceren dan op die gelegenheid te wachten.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s