Ongeordende gedachten over epistemologie 1-5

1. Wat is een argument?

Een argument is iets dat je niet onthoudt. De premissen zijn de dingen die je onthoudt (“onthouden” is niet hoe je het zou noemen overigens, je zou het meestal “intuïtie” of “vanzelfsprekendheid” noemen), maar het argument is wat voor jou nodig is om vanuit de premissen verder te geraken richting waarheid. De conclusie is datgene waaraan je niet aan kan ontsnappen, ookal zou je het wel willen, en datgene wat je dus niet automatisch al onthoudt.

 

2. Een voorbeeld hiervan

Populisme is een woord met vele definities, maar het wordt meestal gebruikt om een bepaalde kernbetekenis aan te duiden. Deze kernbetekenis zou je misschien als volgt kunnen omschrijven: populistische argumenten volgen een ander mechanisme dan gewone argumenten. Het is alsof er een troef gespeeld wordt in een kaartspel waarin je dacht dat er geen troef was. Het voelt aan als valsspelen, ookal ben je in de praktijk misschien te verbluft om te protesteren, en gaat de slag naar degene die troef uitgekomen is.

Anders, omslachtiger, gezegd: er wordt beroep gedaan op dingen, maar niet op de dingen waarop beroep gedaan zou moeten worden. Bijvoorbeeld op een wij-zij-buikgevoel (zij zorgen voor onveiligheid, minder werk, minder vooruitgang). Is het op zich een probleem dat een dergelijk buikgevoel een plaats zou krijgen in de steeds evoluerende articulatie van hoe wij vinden dat onze maatschappij er moet uitzien? Nee – maar we hebben wel het gevoel dat er aan iets voorbijgegaan wordt op het moment dat de buikgevoelens qua buikgevoelens een bepalende factor worden. Buikgevoelens hebben de eigenschap op een andere manier werkzaam te zijn dan andere argumenten. Ze hebben op een andere manier invloed op het bewegen van de opinie in de richting van de ene of de andere positie. En het voelt een beetje aan als vals spel, wanneer een opinie op deze manier beïnvloed wordt, daar waar we verwacht en gehoopt hadden dat hij op de “normale” manier zou hebben plaatsgevonden, d.w.z. door meer of minder genuanceerde argumenten in een meer of minder open gesprek. Tot daar de poging om de kernbetekenis van populisme te omschrijven.

Welnu, soms heb je het gevoel dat iemand anno 2013 zijn hele leven zou kunnen leiden, onophoudelijk voortgesleept wordend van de ene populistische opinie naar de andere. Het lijkt zo ontzettend makkelijk om mensen te beïnvloeden eens je ze er op de juiste manier van overtuigd hebt gekregen dat wat jij zegt a priori heel wat gewicht in de schaal legt: want je “zegt wat iedereen denkt”, je hebt de Bijbel aan je kant, je neemt terrorisme serieus, enzovoort. Het lijkt zo ontzettend zinloos om een inhoudelijke discussie te willen voeren. Dat zou immers toch geen zin hebben. Je kan alleen maar observeren hoe argument na argument het onderspit delft tegen populistische ideeën die inhoudelijk nauwelijks enige draagwijdte hebben.

En toch is een inhoudelijk argument het enige ding dat machtiger is dan een populistische strategie. Omdat een argument precies datgene is waaraan je niet kan ontsnappen. Het is te zeggen, je kan eraan ontsnappen, maar altijd alleen maar voorlopig, door de onvermijdelijke confrontatie tijdelijk uit de weg te gaan.

In een geval als populisme zie je het principe duidelijk aan het werk omdat het op de spits gedreven is, maar ook in alledaagse situaties is het hetzelfde principe: een argument is datgene wat plaatsvindt op de grens tussen de dingen waarin je gelooft zonder dat ze gemotiveerd hoeven te worden en de dingen die je zal moeten aanvaarden omdat je als puntje bij paaltje komt niet anders kunt.

Dit fragment uit The West Wing kan een illustratie zijn. “De Bijbel heeft altijd gelijk,” is wat sommige mensen onthouden. “Er is geen dwingende reden om homo’s te stenigen,” is wat ze niet onthouden. Maar voor andere mensen ligt de grens tussen wat onthouden wordt en wat niet onthouden wordt ergens anders.

[De laatste drie zinnen toegevoegd op 9/8/13.]

 

3. Wat is filosofie?

Filosofie is denken met argumenten. Blijkbaar zijn er bepaalde categorieën van gedachten die in de andere wetenschappen, of als je wil in de andere domeinen van het leven, niet gemaakt worden.

Simpel voorbeeld, een zigeunerin legt mij de kaart en vertelt mij dat ik lang zal leven. De wetenschapper komt in zijn denken tot het punt dat hij zegt: “jamaar hola, ik kan nu onder een trein gaan liggen en dan zal ik niet lang leven. Bijgevolg is het kunnen toekomstvoorspellen weerlegd!” Het is pas de filosoof die tot de conclusie komt: “als je niet werkelijk onder een trein gaat liggen, is er helemaal niets weerlegd, want lang leven omvat ondermeer ook de beslissing om het kunnen toekomstvoorspellen niet voor eens en voor altijd te willen weerleggen met de hulp van een trein.” Of het kan in de praktijk ook de wetenschapper zijn die tot deze gedachte komt, maar dan zou ik eerder zeggen dat hij op dat moment een filosofische gedachte heeft gehad heeft.

 

4. Observatie

Iedereen heeft er altijd de mond van vol dat men niet, verkeerdelijk, de overgang mag maken van weten naar moeten (in de filosofie). Maar het omgekeerde gebeurt de hele tijd (in het gewone leven).

Mensen vertrekken vanuit een door en door ethische vraagstelling: “Wat moet ik doen?” En ze besluiten: “Er is toch geen vast punt, er is toch geen standpunt van waaruit ik kan zeggen dat ik zus moet handelen eerder dan zo.” Dit is echter een epistemologische stellingname.

 

5. Wat epistemologie voor mij betekent

Er is een idee dat periodiek in mij opflakkert. Nu, in feite is het niet zo zeer een idee, als wel een losse samenhang van verschillende ideeën, waarvan ik niettemin geloof dat ze uiteindelijk bij elkaar zullen blijken te horen. Ik zou ook kunnen zeggen: het is een beeld dat ik najaag, of: het is een bron van inspiratie die soms meer en soms minder identificeerbaar is, zoals dat met bronnen het geval kan zijn.

En welbeschouwd is het opflakkeren ervan misschien ook minder een periodieke regelmaat, dan iets wat in zijn komen en gaan afhankelijk is van hoeveel ik ervoor opensta. Van mijn openstaan en ook van de situatie. Zolang ik aan de universiteit studeerde bijvoorbeeld, verkeerde het ideeënkluwen waarover ik spreek in een bijzondere toestand. Enerzijds vielen daar allerlei interessante gedachten op te pikken, die des te interessanter waren omdat ze de veelkleurigste reflecties vonden in het kluwen dat steeds op de achtergrond aan het woelen was. Anderzijds bleven het een-zijn en de grote samenhang ervan altijd ongrijpbaar zolang ik dag in dag uit in de academische denksfeer ondergedompeld was. Met uit deze invloedssfeer weg te zijn is het alsof er een frisse bries in een stille kamer gekomen is.

Als het opflakkert, dan laait het echter in alle hevigheid. Ik loop op de straten en zie op elke straathoek nieuwe dingen, dingen die ik al honderd keer gezien heb en die toch onverwacht in het midden blijken te staan van de vloedgolf aan dingen die ik nu aan het leren begrijpen ben, door alleen te lopen en te observeren. Het vergaat me als iemand die een complot begint te ontwaren. De joden zitten erachter. Zie! Daar en daar en daar, het is toch duidelijk!

Alleen, zou je niet kunnen zeggen dat de epistemologie het ene onderwerp is dat naar zijn innerlijkste aard overal op van toepassing is? Mensen met een idee-fixe zijn niet meer dan onvolkomen epistemologen, die de diepste kern van het complot nog niet hebben ontdekt. Namelijk de epistemologie. En de machten die het verborgen willen houden zijn niet zozeer reële personen, als wel onze aanleg, onze geschiedenis en onze gewoonten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s