René de dromeneliminativist

Het thema van het scepticisme heeft me altijd geïnteresseerd. Ik ben er ook op ingegaan in mijn thesis voor filosofie. Nochtans werd daar voor gewaarschuwd. Het was een gemeenplaats dat je als student niet aan deze neiging moest toegeven, er waren immers al “bibliotheken over volgeschreven.” Eigenlijk werd daarmee alleen gezegd dat je over de grootste vragen toch niets nieuws kon zeggen, en dat maakte op mij altijd een onfilosofische indruk. Alsof je beter een thesis schreef over iets waar nog geen bibliotheken over volgeschreven waren, een filosofie van de sport of een filosofie van het downloaden. Daarmee zou de diepgang van je werk even groot zijn als wanneer je over het scepticisme had geschreven, maar inplaats van iets te schrijven wat professor x al geschreven had zou je iets schrijven wat professor x al geschreven zou hebben, indien professor x de filosofie van de sport een interessant onderwerp gevonden had. Dat begreep ik niet. Als de overtuiging was dat je alleen iets kon zeggen wat al gezegd was, waarom moest je dan nog een thesis schrijven? Ik begrijp wel waar die overtuiging vandaankomt. Je leert als filosoof je blik te scholen voor hoe posities berusten op vooronderstellingen, basisuitgangspunten, intuïties uit de wetenschap en de common sense. Dan is de extrapolatie snel gemaakt: er zijn maar zoveel zinvolle beginposities en op elke beginpositie kan je maar zoveel gedachtebouwwerken oprichten. Maar ik blijf erbij dat dit alleen de juiste houding is voor alle andere wetenschappelijke domeinen; in de filosofie moet niet op de van elders gehaalde fundamenten gebouwd worden, maar moet er onophoudelijk gezocht worden naar fouten in de fundamenten. De telos van de filosofie is het vinden van de best mogelijke fundamenten.

Enkele weken geleden dacht ik aan een nieuwe positie in de discussie over kennis en hoe die te funderen. Zonder verdere introductie: hoe weten we zeker dat we dromen?

Een vraag waar ik altijd opnieuw bij uitkom is: waarom zouden we überhaupt het schijnbare feit van de kennis wantrouwen? Vaak zie ik daar geen echt overtuigende reden voor, meestal op het moment dat ik lang over epistemologie heb nagedacht en tot de conclusie ben gekomen dat er goede redenen zijn om de menselijke kennis wel degelijk te vertrouwen. Maar er is altijd nog het knagende idee: is het dan niet mogelijk dat, op een of andere manier, het geheel van de kennis op een of andere manier fout is (je kan die vraag alleen maar vaag formuleren, zodra je de vraag concreet maakt doemen er concrete oplossingen op). Meestal leiden mijn gedachten me vervolgens naar Descartes. Hij was het die de simpele verwondering formuleerde dat onze schijnbare kennis zoals een droom zou kunnen zijn.

Maar wat als Descartes nu hier zou zijn en zou zien wat hij aangericht had? Veel goeds, ongetwijfeld, maar zou dat ook zijn overheersende gevoel zijn? Je bent Descartes en je hebt deze wereld verlaten in de veronderstelling dat je het probleem van de kennis min of meer proper hebt opgelost. Ondertussen hebben ze je vraagstellingen oneindig verfijnd. Veel van wat jij, zoals je nu moet onderkennen, onkritisch hebt aangenomen is vervangen door meer genuanceerde ideeën. Je uiteindelijke conclusie is al lang verworpen, en sindsdien hebben generaties filosofen andere conclusies geformuleerd, waarvan de meeste ook verworpen zijn. Telkens iemand geloofde dat hij de kennis op een bevredigend fundament gesteld had, kwamen er anderen na hem die hun redenen hadden om hem niet te geloven. Vaak waren die redenen jouw schuld. Vaak hoefden de critici niets anders te doen dan te zeggen: o, het is een heel genuanceerde theorie, maar ik geloof er niet in want wat als dit alles een droom is?

Toch zie jij iets wat de anderen niet zien. De anderen zijn verstrikt in hun theorieën, en zien alle nuances als redenen om het geloof in de kennis op te geven. Jij hebt de luxe om het vanop een afstand te kunnen bekijken. Hoe kan het zijn dat gedetailleerdere kennis over de kennis, over het bewustzijn, over de taal, over ons waarnemingsapparaat enzoverder leidt tot deze vreemde apathische geestesgesteldheid? Meer informatie kan toch alleen leiden tot het ontsluieren van de mysteries! En zo ga je aan het werk. Je hebt iets goed te maken.

Je bent er snel mee klaar, want het is eigenlijk eenvoudig. Je hoeft alleen dat ene ding recht te zetten dat je zelf in de wereld hebt gebracht. Omdat je de dingen met wat meer overzicht kunt bekijken, valt het niet zo zwaar.

Kijk, zeg je in je allernieuwste meditatie, we hebben zoveel filosofische, psychologische en wetenschappelijke onderzoeksresultaten over onze kennis. Die zijn goed gefundeerd en voor zover ze goed gefundeerd zijn wil ik er niet aan tornen. Binnen het kader dat door deze informatie gevormd wordt is het mogelijk een bevredigende uitleg over de kennis te geven, wellicht zelfs meer dan een uitleg. Alleen zijn deze verklaringen niet immuun voor het argument van de droom. Maar laten we het eens van de andere kant bekijken. Dit kader is gevormd door onderzoek naar de kennis. Dit onderzoek is ontstaan door te kijken naar onze kennis, steeds gedetailleerder en gedetailleerder. Het is een articulatie van wat we kunnen observeren aan onze kennis, ons bewustzijn, onze taal, ons gedrag, onze cultuur, onze logica enzoverder. Het kader zegt alles wat we weten over onze kennis en kan in principe niet in tegenspraak zijn met onze kennis. Zegt het echter iets over onze dromen? Nee, het is gebaseerd op ons wakkerzijn. Binnen het genuanceerde kader kunnen we zelfs niet weten of we dromen. We kunnen niet eens weten wat voor een ding een droom is. Het is een woord zonder betekenis. De droom is een laatste onkritisch aangenomen element. Laten we dus ophouden het onkritisch aan te nemen!

Ziedaar de ware gedaante van het droomargument. In zijn ware gedaante betekent het niet meer dan dat: veronderstel een scenario dat geen enkele plausibiliteit heeft en geen enkel logisch verband met de werkelijkheid, hieruit volgt dat onze kennis fout is. Het droomargument is niet plausibel en heeft geen logisch verband met de werkelijkheid. Dus het droomargument hoort naast de miljoenen andere implausibele en onlogische scenario’s die in principe denkbaar zijn. De vergissing is te denken dat het een speciale plaats zou hebben.

——-

Het is een punt dat ik in mijn thesis heb willen maken, maar niet zo duidelijk gevat had. Maar het is toch waar, je hebt allerlei soorten eliminativisme, ik geloof dat zelfs kaalheidseliminativisme een legitieme filosofische positie is. Waarom zou je dan geen dromeneliminativist kunnen zijn?

Alleszins hoorde er in mijn thesis ook nog het andere punt bij: je kan ook buiten het kader filosoferen, dat is gewoon een keuze die je kan maken. Dan kan je de droom wel serieus nemen, sterker, dan moet je de droom serieus nemen, en dat leidt er vervolgens toe dat het scepticisme wel een zinvolle positie wordt, waar je filosofisch gezien iets van kan leren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s