Nog enkele losse ideeën over politiek en economie

Idee nr. 4

Er zijn sommige ideeën waar je maar toe komt door de toevallige omstandigheden van het leven. Zo ben ik vandaag iemand tegengekomen die lang niet gezien had en kwamen we te spreken over het vinden van werk en de inspanningen die de vdab zich getroost. Nu zijn we beiden bezitters van een filosofiediploma, en dus kwam onder het verhalen uitwisselen al snel naar boven dat het standpunt van de vdab over diploma’s als filosofie inderdaad zo eendimensionaal is als we elk afzonderlijk al hadden menen te kunnen ontdekken. We zouden beter een andere studiekeuze gedaan hebben, want nog meer filosofen die werk zoeken, het is om zo te zeggen geen geschenk voor de vdab-mensen.

Terwijl ik erover nadacht, viel me toch iets vreemds op aan de redenering die de vdab maakt (of, zo men wil, die de minister maakt). Het ideaal is begrijpelijk: iedereen heeft werk. Niet zoals in het communisme, nee, je mag zelf je opleiding of beroep kiezen. Maar er moet wel een algemene gerichtheid op werk heersen doorheen die vrijheid van beroepskeuze. Het ideaal is niet alleen begrijpelijk, het is ook nobel en goed. De staat helpt immers, zij coördineert en organiseert dit proces. Opnieuw niet zoals in het communisme, maar in tegendeel op een vriendelijke en vrijblijvende manier, namelijk door de vdab te voorzien. De vdab heeft de nobele taak om werkzoekenden met werkbiedenden in contact te brengen en omgekeerd. Vanuit dat standpunt is het overduidelijk dat, aangezien er nauwelijks werkgevers filosofen zoeken, filosofen elementen zijn waar het systeem weinig mee kan aanvangen.

Nu het vreemde dat mij opviel. De staat, de minister of de vdab-mensen zijn schijnbaar nobel, maar eigenlijk is er behalve het nobele ook iets verdachts. Je kan je namelijk de vraag stellen: wat als het organiseren klaar is? Met andere woorden: wat als er op een bepaald moment, of (duurzaam) vanaf een bepaald moment, voor gezorgd is dat iedereen goed werk heeft? De vraag stellen gaf me een vreemd soort Aha-Erlebnis. Ik besefte plots dat ik er stilzwijgend van uitgegaan was dat het streven van de staat gericht was op een overkoepelend iets. Zou men daar niet van uitgaan? Het thema werk is zodanig veelbesproken onder gewone mensen en onder beleidsmensen, in krantenkoppen en verkiezingsbeloftes. Het lijkt dan toch een thema te moeten zijn dat erg belangrijk is. En dan stelde ik me ineens voor dat het grote werk van het organiseren van al het werk achter de rug zou zijn. Ik merkte dat mijn stilzwijgende veronderstelling misplaatst was. Er zou in dat geval geen ander goed gerealiseerd zijn, dan dat ieders individuele tekort aan werk verdwenen was, een tekort dat er volgens de theorie in de eerste plaats helemaal niet had moeten zijn.

Goed, dan moet ik mijn veronderstelling maar bijstellen. Maar het is zo erg dat ik over die arme vdab-mensen nu helemaal anders moet denken. Ik dacht, weliswaar zonder me er expliciet van bewust te zijn, dat ze zich dag tot dag inzetten voor een overkoepelend doel. Maar in feite besef ik nu dat er geen doel is. Dat iedereen werk heeft en daardoor iedereen naar zijn eigen individuele idealen kan streven, dat wel. Dat is al iets om mee te beginnen. Maar als maatschappij streven we niet naar een groter, op een of andere manier overkoepelend doel. Ik kan me voorstellen dat sommige mensen zouden willen zeggen: we streven naar groei. Maar kan je iets groei noemen als het niet op iets gericht is waar het naartoegroeit?

Vreemde situatie. In tegenstelling tot het communisme bijvoorbeeld, zorgen we er min of meer voor dat iedereen individueel kan streven naar de doelen die hij de moeite waard vindt. Als maatschappij daarentegen is er geen doel dat ons verbindt. En door alle bedrijvigheid valt het niet eens op.

——-

Idee nr. 5

Ik heb nooit zo goed gesnapt waarom er gesproken wordt over werk creëren als iets eenduidig positiefs. Om niet fout begrepen te worden moet ik dat beter formuleren. Ik weet dat er hele goede redenen zijn waarom werk creëren eenduidig positief is. Zelfs al zou er verder geen reden zijn, dan nog is het bijvoorbeeld een monumentaal feit dat het voor een individu, zijn eventuele kinderen en de andere personen die van hem afhankelijk zijn alle verschil van de wereld kan maken of hij werk heeft of niet. Dat is zo in het huidige systeem, al zijn er ook nu al honderden manieren waarop men in aanmerking kan komen voor een uitkering. Maar naast alle goede redenen waarom het loutere voorhanden zijn van werk positief is, zijn er ook redenen om dit beeld te nuanceren. Een van de redenen is de volgende. (Met andere woorden: ik geloof dat het waar is dat werk creëren goed is, en ik geloof dat wat ik nu ga zeggen simpelweg even waar is.)

Maakt het niet een groot verschil wat er gemaakt wordt?

In land a heerst er x procent werkloosheid. De regering zorgt voor y nieuwe banen in een fabriek die functionele electronische agenda’s maakt.

In land b heerst er ook x procent werkloosheid. De regering zorgt voor y nieuwe banen in een fabriek die verslavende computerspelletjes maakt.

Het werk dat de voorheen werkloze mensen verzetten heeft toch ook gevolgen. Er eventjes van uitgaande dat de producten in hetzelfde land verkocht worden, lijkt het me dat in land a de algemene productiviteit erop moet vooruitgaan, terwijl ze er in land b op moet achteruitgaan. Dit is al het punt. Hoe kan je abstract over banen spreken, alsof het niets uitmaakt welke banen het zijn?

U zal zeggen dat het niets nieuws is wat ik vertel. Het is over- en overbekend. Elk regeringslid dat op een bepaald moment bezig is met banen te creëren zal uitgebreid stilstaan bij de gevolgen van het plan dat hij ontwerpt. Maar ik stel me voor dat dat er dan bijkomt als een afzonderlijke overweging. Alsof het schema is: banen zijn in eerste instantie altijd neutraal. Dat ik nu toevallig alleen banen kan creëren in een kerncentrale is spijtig, maar het kan nu eenmaal niet anders. Dat is een afzonderlijk punt en ik ga nu het banenpunt tegen het kerncentralepunt moeten beginnen afwegen. – Ik wil daarentegen eens de zaak zo bekijken dat banen nooit neutraal zijn en dat het altijd iets uitmaakt wat het product is van het nieuw gecreëerde werk.

Op dit punt vind ik het extra vervelend dat ik geen achtergrond in economie heb. Misschien is wat ik net gezegd heb even overbekend. Maar ik kan mij spijtig genoeg alleen baseren op wat ik opvang in gesprekken, in de krant enzoverder. Daar hoor ik altijd alleen over banen spreken in de neutrale zin.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s