Vind ik niet leuk

Dit is een post over die invalshoeken die ik mis in debatten over de invloed van het internet in zijn huidige verschijningsvorm op de samenleving.

De eerste gaat over de aggresieve houding van Facebook, LinkedIn en andere bedrijven.

De tweede gaat over de vraag: kan je met Google en Facebook nog doen wat je ermee wil doen? Het bevat ook een gebruisaanwijzing over hoe je met Facebook op de lotto kon spelen (spijtig genoeg nu niet meer).

De derde gaat over conformisme.

——-

Het internet zorgt voor een aantal dingen die niet leuk gevonden worden; de kritiek op een hele reeks gevolgen van hoe het er nu uitziet is een onderwerp op zichzelf geworden. Onder die gevolgen vallen: problemen met privacy, het gedrag van Google, Apple of Facebook, hoe gericht men ons kan bestoken met reclame, enzoverder. Allemaal dingen die men al lang heeft kunnen zien aankomen, maar waarover men nu pas wat minder geïsoleerd begint te discussiëren. Ik veronderstel dat het er vroeg of laat van moest komen. Eerst had je het optimisme over alle nieuwste software- en hardwaretoepassingen. Nieuws daarover werd een vaste rubriek in alle media en je had de bijbehorende lezers en kijkers die dat nieuws gretig verslonden. Nu heb je een kleine antithese. Sommige schaduwzijden van de technologische vooruitgang beginnen op te vallen en worden beschreven. Er bestaat alleen nog geen naam voor dit lichaam van kritiek, wat wel een beetje spijtig is want anders had ik deze inleiding niet nodig gehad om aan te duiden wat ik bedoel, en had ik sneller tot de kern van de zaak kunnen komen.

Serieus, je zou denken dat er wel een wikipedia-artikel over bestond, maar dat is dus niet het geval.

Ik probeer deze discussies een beetje te volgen, want over een ons leven zo bepalend verschijnsel als het internet wil ik commentaar lezen vanuit zo veel mogelijk verschillende gezichtspunten. Vaak ben ik aangenaam verrast door de commentaren. Dit vind ik een artikel dat een interessant thema aansnijdt. Ik ben ook blij dat iemand de term filter bubble bedacht heeft. Maar er zijn ook een aantal thema’s die niet worden aangesneden en die ik mis. Daarover wil ik het hier hebben. Het gaat om één triviaal thema en twee minder triviale.

——-

1.

Qua onbeschaamdheid zie ik een grote gelijkenis tussen Realplayer tien jaar geleden en Facebook nu. Realplayer had opdringerige popups, installeerde ongevraagd Gator, probeerde er op alle manieren voor te zorgen dat je het wel moest downloaden, enzoverder. Facebook probeert mails te sturen aan heel je adresboek, verandert om de haverklap de site, om ook je privacy-instellingen te kunnen veranderen, verandert soms ook gewoon zomaar je privacy-instellingen, enzoverder.

Het verschil is dat Facebook ermee weg komt.

Weliswaar kan men aanvoeren dat er veel kritiek komt op al Facebooks onbeschaamdheden. Maar die was er op Realplayer/Gator ook. Waarom was het in het ene geval een dealbreaker en in het andere geval niet?

Facebook is behalve onbeschaamd ook cool, zegt men, of slaagt er toch in om als cool gepercipieerd te worden. Natuurlijk is dat een belangrijk aspect, maar als definitieve verklaring bevredigt het me niet.

——-

2.

Zoals ik al zei, de kritiek op sommige internetfenomenen neemt toe. In de Humo heeft al een paar keer een artikel gestaan over de profielen die van nietsvermoedende surfers bij de vleet worden opgesteld door Google en andere bedrijven. Wat me opvalt is dat de schrijvers of de geïnterviewden er nooit in slagen aan te duiden wat precies het probleem is. Ze sommen alleen op dat het creepy en potentieel gevaarlijk is, en dat het niet klopt dat het allemaal gebeurt zonder dat we het beseffen. Weliswaar hoeven ze het niet uitdrukkelijk te formuleren. De uitleg van wat er gebeurt zorgt er wel voor dat de lezer het probleem aanvoelt. Dit probleem zou ik waarschijnlijk zelf ook niet exact kunnen formuleren. – Maar er is daarnaast ook een ander probleem, dat er nauw mee samenhangt. Al het profiel-opstellen zorgt ervoor dat de producten slechter worden. Dit probleem is niet creepy, maar het is wel een probleem dat geformuleerd kan worden. Het is trouwens ook een probleem dat een probleem blijft, ook wanneer je de privacykwestie niet als creepy ervaart. Hoewel het naadloos aansluit bij de filter bubble, mis ik deze invalshoek.

Het is heel eenvoudig nochtans. Eerste voorbeeld: Google wordt een slecht product door zijn huidige strategie. Niet alleen laadt Google trager, maar bovendien kan ik minder gericht zoeken dan vroeger. Er komen hits in mijn zoekresultaten die daar alleen maar op een zo hoge plaats verschijnen omdat Google weet dat ik erin geïnteresseerd ben, niet omdat ik er op dat moment naar aan het zoeken ben.

Stel dat ik geïnteresseerd ben in voetbalshirts en een reis plan naar Schotland. Als ik dan niet op Google, maar bijvoorbeeld op Amazon intyp: “reizen naar Schotland”, dan zou ik het helemaal niet zo erg vinden dat er dan ergens in een hoekje van mijn venster een link naar een voetbalshirt van Schotland verschijnt, zolang het tenminste in een rubriekje staat als “you might also be interested in.” Als hetzelfde in Google gebeurt dan vind ik het wel erg. Om te beginnen omdat het niet in een dergelijk rubriekje staat, maar vooral omdat ik daar op dat moment niet naar aan het zoeken ben. Google maakt het mij moeilijker om te vinden wat ik zoek, als wat ik zoek bijvoorbeeld alleen te vinden is op een niet vaak bezochte pagina uit 2004 over een onderwerp waarin ik (of iemand met een gelijkaardig profiel als het mijne) niet eerder interesse heb laten blijken. Ik moet creatief worden om zoekvertroebeling te omzeilen. Niet gebruiksvriendelijk voor een zoekmachine.

De filter bubble maakt Google een slechter product, niet omwille van de meer creepy aspecten maar omdat een dergelijke filter niet gepast is voor een zoekmachine. De filter maakt sommige zoekopdrachten gemakkelijker, maar dat komt tegen een prijs die ik er niet voor had willen geven.

Tweede voorbeeld: Facebook wordt een slechter product door zijn huidige strategie. Sinds een bepaald moment heeft Facebook besloten dat het Twitter wil worden. Twitter is een goed product. Twitter heeft een eigenschap die Facebook niet heeft: het heeft een soort van intelligentie. Natuurlijk staat Twitter daar niet alleen in. In plaats van Twitter had ik ook Reddit kunnen zeggen, of nog andere websites.

Facebook wil graag een variant van dit soort intelligentie bezitten. Wat is deze soort van intelligentie? Heel in het algemeen kan je zeggen dat het voor de helft een soort wisdom of crowds is, en voor de andere helft gestuurd wordt door algoritmes. Het belangrijkste kuntsje dat deze intelligentie kan uitvoeren is dat het uit een overvloed aan ongeorganiseerde informatie “trends” kan doen bovendrijven. Ofwel, het kan de overvloed aan informatie organiseren en er de beste elementen uit selecteren.

Ik beweer dat Facebook graag Twitter en Reddit wil worden enkel en alleen omdat ik het stap voor stap heb zien gebeuren. Op een bepaald moment heeft Facebook een bestaande functie, namelijk de highlights-rubriek, omgevormd tot de nieuwe news feed, en op hetzelfde moment de oude news feed hernoemd tot live feed. Dit artikel noemde het een revolutionaire stap in de strijd tegen de overvloed aan informatie. Tot daar geen probleem. De overvloed aan informatie is hoe dan ook een bestaand probleem. Facebook maakte in zekere zin een keuze door in de “strijd” hiertegen een bepaald logaritme op te dringen en geen ander, maar het liet ook een keuze aan de gebruiker om zijn informatiestroom door dit algoritme te laten ordenen of niet.

Facebook verbeterde in feite zijn product. Soms zou ik ook wel eens een Bayesiaans algoritme willen loslaten op mijn overvloedige rss-feeds, en liefst van al zou ik nog de keuze hebben tussen verschillende versies.

Vervolgens echter werd de nieuwe news feed meer en meer opgedrongen, tot op het punt dat je er niet meer buiten kon. Parallel daarmee (en dat vond ik het ergst), werd het moeilijker en moeilijker om nog alles te kunnen zien dat door je vrienden op Facebook werd gezet.

Eerst begon Facebook te vergeten dat je de live feed prefereerde. Elke keer je opnieuw op Facebook kwam, moest je de ordening terug veranderen van news feed naar live feed. Later kon je de live feed alleen nog maar via een omweg vinden. Nog later werkte zelfs het trucje niet meer om de live feed-url te bookmarken en via die url naar Facebook te gaan, want Facebook leidde je toch automatisch naar de news feed.

Tot daar het verhaal over de news feed. In het gelinkte artikel wordt de positieve kant van dat verhaal belicht. Namelijk dat het geen willekeurig systeem is, maar minstens ook een systeem dat leert wat jouw individuele preferenties zijn. Mooi! Een paar keer heb ik heb ik geprobeerd het systeem wat te helpen en het te leren wat mijn preferenties zijn. Maar ik gaf het telkens heel snel op als bleek dat ik de videootjes er maar niet uitkreeg. Ik kijk toevallig niet graag videootjes op internet, voor een stuk omdat ik vroeger meestal muziek had opstaan. Maar in mijn newsfeed bleven altijd helemaal bovenaan videootjes verschijnen.

In deze periode heb ik ook eens op euromillions gespeeld met behulp van de news feed. Dat gaat erg gemakkelijk. Je maakt een andere account aan en je wordt er vriend mee. Op die account post je vijftig posts. Je post het getal 1, dan het getal 2, dan het getal 3, en zo verder tot 50. Je wacht een paar dagen en dan zie je welke getallen bovenaan komen te staan staan. Mijn reeks was na twee dagen dit geworden:

3, 1, 2, 17, 14, 4, 12, 7, 11, 6, 10, 8, 13, 5, 15, 16, 9, 19, 18, 22, 20, 21, 23, 36, 37, 27, 33, 32, 31, 47, 26, 38, 25, 28, 41, 34, 44, 29, 42, 35, 30, 39, 46, 45, 24, 40, 43, 50, 48, 49

Dan heb je verschillende mogelijkheden. Of je selecteert de eerste vijf nummers, of de meest naar boven gesprongen nummers, of je verzint een andere manier. Als je wekelijks wil spelen is het het eenvoudigst om de volgende keer in plaats van 1, 2, 3, 4, 5 … de vorige lijst in te geven, en zo elke week de lijst van de vorige keer. Na enkele malen is dan van de oorspronkelijke volgorde al helemaal niets meer te onderkennen.

Ik heb zelf maar één keer gespeeld, maar ik heb niks gewonnen. Zelfs daar deugde de news feed niet voor.

Maar ik ben afgedwaald, want het verhaal was nog lang niet gedaan. Het volgende hoofdstuk begon toen Facebook het zo maakte dat je niet meer een news feed had, maar in plaats daarvan ingeschreven werd op de posts en activiteiten van al je vrienden. De standaardinstelling was dat je ingeschreven was op “most posts” (je hebt ook nog “only important”, en voorlopig nog steeds “all posts”). Ik heb alle vrienden op “all posts” gezet, maar was gedwongen om ze allemaal handmatig af te gaan. Niet veel later werd plots de news feed, die ondertussen de main feed was geworden, een pak korter en kon je nog maar een dag of twee teruggaan voor je op “there are no more posts to show at the moment” botste. (Dat was overigens het moment waarop het onpraktisch werd om nog op de euromillions te spelen.) Toen werd mijn ergernis te groot en heb ik, handmatig, al mijn vrienden op “unsuscribe” gezet. Tenslotte kwam dan nog timeline, waarbij je wel de keuze hebt wat je als belangrijk selecteert op je eigen timeline en dus in de feeds van je vrienden, maar het is altijd hoe dan ook een selectie. Er is geen neutrale zone meer tussen belangrijk en niet belangrijk.

Ik weet niet op welk moment, maar op een bepaald moment is Facebook ook bepaalde berichten beginnen te verbergen, als het vond dat die minder belangrijk waren.

Waarom erger ik me hier nu zo aan? Het is een simpele vraag, maar er is ook een simpel antwoord op. Facebook is voor mij behalve natuurlijk een pleasure machine ook een gebruiksvoorwerp. Ik heb het vroeger altijd gebruikt voor waar het goed in was: naar fotootjes kijken, op de hoogte blijven van dingen die mijn vrienden erop zetten. De dingen die me het meest interesseerden maakten altijd maar een heel klein percentage uit van de wall of later van de verschillende incarnaties van de news feed. En van die meest interessante dingen was er ook weer een heel klein percentage posts die me echt een plezier deden. dat waren dan meestal de momenten dat vrienden in een poëtische bui waren en poëtische onzin postten, of gewoon onzin die me toevallig erg beviel, of een echt interessante link, bijvoorbeeld naar een artikel waar iets instond dat ik nog nooit gelezen had. Het is een feit dat die allerkleinste groep van echt plezierige posts bijna nooit likes hadden.

Dus het was telkens een dilemma wanneer Facebook weer een graad verder ging in zijn strijd om minder belangrijke inhouden voor mij te kunnen verbergen. Ik wou Facebook graag blijven gebruiken om die dingen niet te missen, maar ik wist dat het de dingen waren die in de praktijk uit mijn feed gingen verdwijnen. Het voorbeeld van de interessante artikels is het duidelijkst. Artikels waar iets nieuws instaat zijn bijna nooit makkelijk leesbare artikels, maar moeilijk leesbare artikels worden niet vaak aangeklikt. Ze verliezen de strijd tegen artikels die iets samenvatten waar veel mensen het al over eens zijn, om nog maar te zwijgen over artikels uit de bizar-rubriek of grappige foto’s. Waar ik dus natuurlijk niks tegen heb, voor alle duidelijkheid.

Kortom, het werd moeilijker om Facebook te gebruiken waar ik Facebook het liefste voor gebruikte. Op het moment dat datgene wat een product echt de moeite waard maakt – in mijn geval de poëtische posts en de interessante links – niet meer in het product voorkomt, onstaat er een vreemde situatie. Ik heb vaak voor het dilemma gestaan: zal ik toch maar meegaan met de nieuwe veranderingen en het lot van mijn arme news feed in handen leggen van deze intelligentie van de massa en van een algoritme met een voorkeur voor videootjes? Gewoon er niet moeilijk over doen, zoals ze zeggen? Maar wat voor zin heeft het dan nog? Dan kan ik evengoed van Facebook wegblijven. De situatie was simpelweg: Facebook werd stap voor stap een slechter product.

Derde voorbeeld. Hotmail moet overgaan in een vernieuwde web-gebaseerde outlook, die meer verbonden moet worden met sociale media. Is er dan werkelijk niets meer dat je nog als een gebruiksvoorwerp mag beschouwen? Ik snap dat het een vermoeiende indruk geeft als ik per se wil insisteren dat Facebook vanuit een bepaald gezichtspunt ook een gebruiksding is. Maar mail is toch nog iets helemaal anders. Dat moet nuttig zijn.

Misschien is er als puntje bij paaltje komt wel een reden waarom het lijkt dat succesvolle producten slechter worden. Van een onsuccesvol product valt het niet zo op als het ongebruiksvriendelijker wordt. Maar als hotmail moet gered worden, heeft microsoft waarschijnlijk bijna geen andere keus dan een enigszins goed product als outlook te nemen en het op te offeren aan het wankelende hotmail. Een reeds slecht product slechter maken zou niet volstaan. Het moet een product zijn dat ooit goed geweest is.

Ik hou mijn hart vast voor microsoft word.

——-

3.

Zoals ik in het begin al zei vond ik dit een goed artikel. Maar ook hier is er een invalshoek die ik mis. Men kan namelijk de zaak namelijk ook beschouwen vanuit de tendens tot conformisme op zich.

Ik maak een epistemologische omweg om bij mijn punt uit te komen.

Wat doe ik wanneer ik geconfronteerd word met een grote hoeveelheid ongeordende data, die een of andere eigenaardigheid hebben die ik graag wil verklaren? Ik stel spontaan een hypothese op die orde brengt in deze hoop gegevens en ga dan na in welke mate mijn hypothese deugt.

Bijvoorbeeld: ik word geconfronteerd met het feit dat sommige mensen rechtshandig zijn maar andere linkshandig. Ik stel de hypothese op dat rechthandigheid normaal is. Of ik stel juist de hypothese op dat er een spectrum is van rechts- en linkshandigheid en dat mensen geboren worden met een even grote kans om in de ene helft van dat spectrum te vallen als in de andere helft. Typisch zijn het dergelijke hypotheses die worden opgesteld wanneer men aanvankelijk over dergelijke kwesties begint na te denken. Men begint met eenvoudige stellingen.

In de meeste gevallen blijft het niet bij de eenvoudige stellingen omdat de fenomenen dat niet toelaten. De stelling was om te beginnen fout, of ze was niet complex genoeg omdat er meer variabelen zijn aan het fenomeen.

Ik kijk bijvoorbeeld naar reuzenschildpadden en ik vraag me af hoe oud ze worden. Mijn eerste idee is alle data te nemen en voor elke soort de gemiddelde leeftijd te nemen. Voila, ik heb mijn antwoord: voor deze soort schildpad is 113,14 jaar een normale leeftijd, voor een andere is het 160,09. Dan wil ik hetzelfde doen voor honden. Ik bepaal van elke soort de “normale” leeftijd. Maar hier stel ik een veel ongelijkmatigere spreiding op. Een bepaalde soort hond wordt in Canada heel oud, maar sterft in Mexico veel jonger. Ik begin te vermoeden dat deze hond niet van warm weer houdt. Wat wil dit zeggen? Ik moet een variabele toevoegen aan mijn eerste stelling. Was ik dezelfde procedure blijven volgen als bij de reuzenschildpadden, dan was de “normale” leeftijd die zou resulteren, eigenlijk fout geweest.

Stel, ik ben een orthodont en heb tijdens mijn opleiding geleerd dat mensen wiens kaak in een bepaalde steile hoek staat een grotere kans hebben om bepaalde ongemakken te ondervinden. Staat de kaak dan weer in een te rechte hoek, dan is de kans groter dat andere ongemakken gaan optreden. De mensen die het minste kans op stomatologische ongemakken hebben zijn de mensen wiens kaak een bepaalde hoek van x graden maakt. x is het gemiddelde van de ideale kaakhoeken. In dergelijke situaties treedt vaak een verder verschijnsel op. Men gaat deze hoek als norm beginnen beschouwen en plots is de situatie zo dat een orthodont tegen je zegt: “Je kaak zit niet precies op de norm. Zouden we hem toch niet corrigeren?” Iedereen beseft weliswaar dat wat voor het ene mensenlichaam goed en juist en mooi is, niet hetzelfde is als wat het voor het andere mensenlichaam is. Maar de variabelen worden hier te ongrijpbaar. Men zou uitgelachen worden als men zou afkomen met een theorie over welke kaak het beste bij welke lengte, haarkleur of stofwisseling zou passen. Ondertussen blijft de theorie dat x de norm is wel grijpbaar en kan men zich eraan vasthouden.

Het hangt er ook altijd van af in welk opzicht men de zaak bekijkt. De ene variabele is van belang in het ene geval maar niet in het andere. Stel, ik ben de hoofdredacteur van een krant en ik wil graag weten welke artikels ik aan mijn lezers moet aanbieden. Mijn eerste idee is te gaan kijken welke artikels het vaakst gelezen worden (bijvoorbeeld door naar de clicks op de website te kijken, of een onderzoek te laten doen onder de lezers van de papieren versie). Ik verkrijg deze gegevens en besluit dan dat de vaakst gelezen artikels de soort artikels zijn die mijn lezers willen lezen, en die ik dus moet voorzien in de krant. In dit geval zou ik misschien juist zijn als ik de zaak bekeek vanuit het oogpunt van de adverteerders. Als ik de zaak echter bekeek vanuit het oogpunt van wat de lezers echt willen, dan kan het heel goed zijn dat mijn lezers het liefst van al een krant hebben met een paar inhoudelijke artikels en daarnaast ook een paar verstrooiende onbenulletjes. Dat ze de onbenullige artikeltjes vaker aanklikken betekent niet dat ze ook een krant willen die alleen daaruit bestaat.

In de meeste gevallen is de eerste hypothese niet de juiste. Maar soms hangt het af van het gezichtspunt, en soms wordt het fenomeen ook te ongrijpbaar om nog in een eenvoudige formule te vangen.

Er is ook nog een verschil tussen een hypothese die het fenomeen van binnen en van buiten beschrijft, en een verklaring die alleen de buitenkant aanraakt. De leeftijd van schildpadden is een goed voorbeeld van iets dat alleen de buitenkant beschrijft. Je kan de normale leeftijd vinden, maar daarmee weet je nog niets over waarom een schildpad zo oud wordt. Als je daarentegen de worpen van een gewone dobbelsteen analyseert en tot het besluit komt dat elke worp een kans van 17 procent heeft, heb je het fenomeen van binnen en van buiten begrepen. Een dobbelsteen die in 80 procent van de gevallen een 3 gooit, kan je met recht en reden als een afwijking van de norm beschouwen. Een schildpad die onverwacht 300 jaar wordt misschien niet, als je bent blijven staan op het moment dat je de gemiddelde leeftijd hebt vastgesteld. Maar meestal kan je wel meer leren kennen van de fenomenen dan alleen de buitenkant. Je observeert meer bijzonderheden, je stelt jezelf nieuwe vragen, je neemt meer variabelen mee in de beschouwing en zo ontdek je meer en meer aspecten en dring je dieper en dieper door in het fenomeen. De ene grens aan dit dieper en dieper doordringen is dat de fenomenen te subtiel en ongrijpbaar worden voor wat je kunt overzien en vasthouden, de andere grens is dat de fenomenen zelf te weerbarstig zijn. Waarom heeft de ene radioactieve substantie deze halveringstijd en de andere die? We kunnen de gemiddelden vaststellen, maar dat is dan de buitenkant waarbij we blijven staan. Dit laat zich vergelijken met een dobbelsteen die in 80 procent van de gevallen 3 gooit, zonder dat er daar een verdere verklaring voor te vinden is.

Dat was de epistemologische omweg, en ik wil ook wel benadrukken dat ik goed weet dat ik met deze dingen niets nieuws vertel. Ik wou alleen een gebied karakteriseren om dat de vraag te kunnen stellen: hoe past het conformisme dat Google, Facebook en de rest aankleeft in dit gebied?

Het antwoord is: je krijgt altijd weer alleen maar dit (ik citeer uit dit artikel):

When you find something interesting, say so: give it a +1, comment or share. Beyond engaging with the Google+ community, and possibly forming new connections, you’re giving signal to the original creator that their post was valuable or meaningful. That means they’ll likely share more content like it.

Het idee schijnt te zijn: Twitter is iedereen aan het voorbijsteken. Wij moeten ook zo snel mogelijk een soort van intelligentie in het leven roepen door ervoor te zorgen dat we de belangrijkste posts selecteren en iets als trends kunnen genereren. Hoe gaan we dat doen? Door de intelligentie uit de handen van de gebruikers weg te nemen en ze in handen van onze algoritmes te leggen. Als blijkt dat dit eigenlijk een onvolkomen incarnatie van onze bedoeling is, dan moeten we de mensen maar enthousiast maken voor ons onvolkomen idee inplaats van ons idee te verbeteren en bijvoorbeeld te zoeken naar de extra variabelen die in de zaak zelf liggen en waar we rekening mee moeten houden.

Het is een onvolkomen incarnatie. Want wat Twitter doet is meteen ook alles wat Twitter doet. Dat maakt Twitter een goed product. Het is duidelijk dat een twittertrend niet meer is dan dat. Het is een stukje inhoud dat naar internetfaam gekatapulteerd wordt, voor een stuk omdat het interessant is, maar voor een stuk ook toevallig. Niemand gelooft dat Twitter ook echt de belangrijkste informatie kan selecteren uit de overvloed aan inhoud. Als andere spelers zoals Facebook geloven dat ze dat wel kunnen, dan overzien ze dat de situatie complexer is.

Maar dat is wat ze doen. Ze willen kunnen bepalen wat de belangrijke posts zijn en wat niet. Ze willen binnen de overvloed aan data een onderscheid kunnen aanbrengen tussen de belangrijke posts en de onbelangrijke. En net zoals in alle andere gevallen, beginnen ze bij de eerste hypothese die in hun hoofd opkomt: belangrijke inhoud is die inhoud die veel clicks of likes krijgt.

Als ik deze strategie probeer te plaatsen binnen het gebied dat ik met al mijn voorbeelden heb gekarakteriseerd, vallen mij een aantal dingen op. En het zijn allemaal tegelijk ook redenen waarom deze strategie het conformisme alleen nog maar meer in de hand werkt.

Er is ook al een conformisme in de fase voordat het versterkt wordt door de tweets en retweets. Iets komt in de belangstelling te staan en verkrijgt alleen al daardoor een bandwagon effect. Bovendien is het ook, zoals in het geval van de orthodont, gemakkelijk voor een gemiddelde om ongemerkt een norm te worden.

Maar probeer ik de ideeën van Facebook en Google te kaderen, dan valt me toch vooral op dat ze zo pertinent blijven vasthouden aan het model dat zegt: “belang wordt gemeten in clicks en likes.” Het stoort me niet dat ze van dit, toegegeven, voordehandliggende model uitgaan. Wat ik wel onbegrijpelijk vind is dat ze er bij blijven staan.

Het is immers niet onredelijk om te verwachten dat ze betere manieren zouden opzoeken, eens gebleken is dat het algoritme niet aan iedereen de inhoud levert waar hij naar op zoek is. Er zijn gewoon meer variabelen aan het probleem.

Eén voorbeeld maar: “you’re giving signal to the original creator that their post was valuable or meaningful. That means they’ll likely share more content like it” Dit overziet al een variabele, namelijk dat “content” soms eindeloos kopieerbaar en reproduceerbaar is, maar soms ook niet. Als ik op straat een mooie graffiti gezien heb, die post en er dan veel likes mee vergaar, moet ik dan de volgende dag actief op zoek gaan naar andere mooie graffiti’s? Als iemand een bepaald specifiek probleem heeft en ik zet de oplossing op Facebook, moet ik dan nog maar eens en nog maar eens de oplossing eropzetten als het geliket wordt? Er is immers maar één oplossing.

Als iedereen Bob Dylan zou kopiëren, zou ik het schitterend vinden. Maar dat gaat niet. Zelfs Bob Dylan zelf kan nog maar af en toe een goed Bob Dylan-nummer maken.

Weliswaar is dit probleem minder en minder van toepassing als het om video’s of grappige foto’s gaat, want daar is er een eindeloze voorraad van. Dat is een voorbeeld van hoe de werkelijkheid zich al heeft aangepast aan het systeem om het systeem beter te laten draaien. Het werkt alleen conformisme in de hand.

Maar in plaats van dat de werkelijkheid zich aanpast aan het systeem zou beter het omgekeerde gebeuren. In de werkelijkheid zijn er dingen die de massa bevallen en dingen die alleen individuen bevallen. Hoe kan een systeem dat zich alleen baseert op de massa ook belangrijke dingen selecteren voor een specifiek individu? Niet. Men kan in het begin kortstondig geloven dat daar wel een mouw aan te passen zal zijn, maar dan beseft men dat het een dood spoor is.

Tenzij men probeert het te forceren. en dat is ook wat er gebeurt. Men probeert ons op te voeden, ons enthousiast te maken voor deze op de massa gebaseerde intelligentie. We zullen er wel degelijk een mouw aan passen, want binnen elk individu is er ook een massa aanwezig. Jij bent geïnteresseerd in schaken, je buurman in koken. Goed, voor jou selecteren we het nieuws dat jou het grootste deel van de tijd interesseert en dat wordt dan schaaknieuws. Voor je buurman wordt het kooknieuws. Zo komen we er wel. Maar het principe blijft hetzelfde. Het is alleen in plaats van de grootste gemene deler onder alle mensen veranderd in de grootste gemene deler binnen jezelf.

De enige manier om het systeem werkelijk toepasselijk te maken op het individu is een onmogelijkheid, want het zou er een totaal ander systeem van maken. Ik zou gemakkelijk kunnen uitleggen welke inhoud ik, als individu, graag lees. Maar om die in een algoritme te stoppen, zou het algoritme toegang moeten hebben tot de innerlijke samenhang van wat ik bedoel, en dat kan niet. Spijtig voor Facebook, Google en de adverteerders, want ik zou er waarschijnlijk nog voor willen betalen ook. Ik zal het voorlopig moeten stellen met menselijke intelligenties die het wel snappen en die nieuws voor mij kunnen selecteren dat mij aanstaat. Een algoritme kan alleen zien dat ik zoveel schaakartikels heb gelezen, niet wat mij eraan interesseert of waarom. Het blijft bij de buitenkant staan en het kan ook niet anders. Als ik een kookartikel zou lezen dat per vergissing getagd was als schaakartikel zou het niet eens merken dat ik een artkel gelezen had dat atypisch was voor mijn profiel.

Samenvattend, het soort intelligentie waar men tegenwoordig zijn heil in zoekt is heel goed in sommige dingen en niet goed in andere dingen. Men wil het toch die andere dingen laten doen, maar dat gaat in tegen de zaak zoals ze ineen zit. Men zou in plaats daarvan moeten doen wat men anders in een dergelijke situatie doet, namelijk de te eenvoudige theorie aanpassen aan de complexere werkelijkheid. De dingen die deze intelligentie goed kan, zijn alleen die dingen die conformisme in de hand werken en originaliteit onder de mat vegen. Dat is niet de fout van het systeem, want het systeem kan daar niets aan doen. Het is onze fout dat we ons heil willen zoeken in dit systeem en niet in een beter. Er is ook niets mis met conformisme op zich, want het is de normaalste zaak van de wereld dat we spontaan dingen op een gemeenschappelijke noemer willen brengen. Maar vaak is het ook niet meer dan een reflex: omdat we nog niet tot het punt gekomen zijn dat we weten of we iets mooi, juist, goed, interessant, lelijk … vinden, nemen we de mening van de meerderheid over.

——-

Update 4/08/12

Dit was een post die ik al een jaar wou schrijven, sinds ik het artikel over conformisme gelezen had. Toch is het pas door het uit te schrijven dat de oorspronkelijke en voornaamste motivatie me terug voor de geest is komen te staan. Toen ik het artikel las, dacht ik namelijk: akkoord, conformisme is de norm; maar wat zou daar tegenover staan? Antwoord: dat ons leven zich meer en meer op sociale media afspeelt, maar dat we desondanks tegen het conformisme ingaan. Welnu, juist dat is welhaast een onmogelijkheid geworden. Want ookal zou iedereen vooral geïnteresseerd zijn in de unieke dingen die hem als individu interesseren, dan nog zouden de algoritmes ons toch in de richting van de grootste gemene deler sturen. En dat is zo een beetje het punt dat aan de aandacht ontsnapt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s