Een ideaal is iets dat er nog niet is

“Ach ja, er wordt hier wel nog enorm veel gif gespoten. Gelukkig zijn er ook een paar boeren die het biologisch doen, zoals honderd jaar geleden.” Mijn mama maakte deze opmerking terwijl we door de Griekse velden reden. Het trof me, want ik wist ze ook inderdaad bedoelde dat geen gif spuiten, landbouw van vroeger en biologische landbouw min of meer hetzelfde waren.

Er zijn natuurlijk honderden manieren om het begrip biologische landbouw in te vullen, en geen een ervan heeft meer aanspraak dan de anderen om voor de enige ware door te gaan. Maar toch, ik voel me geroepen om in deze veelheid een paar onderscheidingen aan te brengen.

Op een punt in het bijzonder wil ik wijzen, en wel een punt dat goed geïllustreerd wordt door het voorbeeld van het gif spuiten. Dus ik begin daarmee.

Iedereen weet dat biologische landbouw meer is dan geen pesticiden te spuiten. Desondanks is er een sterke suggestie om een boer die dit niet doet te beschouwen als een biologische boer. Een nog sterkere suggestie is wellicht aanwezig om te denken dat biologische landbouw voornamelijk de klok zou willen kunnen terugdraaien. Waarom? Omdat dat het makkelijke deel is om zich voor te stellen.

Het andere deel is veel moeilijker om zich voor te stellen. Maar ik weet dat ik door over “delen” te spreken reeds begin de dingen in een bepaald kader onder te brengen. Dus laat ik het anders zeggen. Volgens mij is een interessante manier om de zaak te beschouwen dat je twee polen onderscheidt aan de uiteinden van een breed spectrum. Aan de ene kant heb je de pool waar je meent dat biologische landbouw hetzelfde is als oude landbouw, voor alle technische vooruitgang. Aan de andere kant heb je de pool waar je meent dat biologische landbouw meer is, maar deze pool is veel moeilijker voor te stellen. Hier moet je je voorstellen dat de biologische boer voor zichzelf een beslissing maakt: ik zou wel willen boeren zoals mijn overgrootouders, maar dat is zonder meer onmogelijk geworden. Reken maar uit hoeveel liters ijs er in de grootwarenhuizen opgestapeld ligt; het aantal koeien dat je daarvoor nodig hebt overstijgt vele malen het maximum aantal dat men hier te lande kon houden in de tijd van mijn overgrootouders. En dat is maar een willekeurig voorbeeld. Men zou werkbare manieren moeten vinden om op een – zoals dat heet – respectvolle manier aan landbouw te doen. Maar die manieren zijn niet voorhanden. De eenvoudige oplossingen alleszins schieten te kort, en met eenvoudige oplossingen als geen pesticiden spuiten of de klok terugdraaien is niets gewonnen. Men moet dus voortdurend worstelen om oplossingen te vinden in het licht van een veranderde wereld. De oplossingen zullen moeten komen uit een ander vaatje dan dat waaruit de eenvoudige oplossingen getapt worden, ze zitten een een vaatje dat nog maar nauwelijks ontsloten is. We zullen moeten verderspartelen met wat we er al van ontdekt hebben en hopen dat we er meer van ontdekken, voor we de strijd voor een respectvol omgaan met de natuur helemaal moeten opgeven.

Om het samen te vatten, de andere pool is dus de pool waar de juiste techniek die techniek is die én recht doet aan de eisen van de hedendaagse maatschappij, én werkt zonder overduidelijk op lange termijn schadelijk te zijn. Alleen schijnen deze technieken nauwelijks voorradig te zijn, hoogstens in kiemstadium.

Men kan dezelfde situatie waarnemen op vele andere plaatsen. Men kan denken aan nieuwe onderwijsvormen, alternatieve geneeskunde. Dat zijn nu voorbeelden die mij gemakkelijk te binnen schieten vanuit mijn interesse in de antroposofie, maar je kan bijvoorbeeld ook denken aan de andersglobalisten.

Je hebt in het denken van de mensen over al deze alternatieve bewegingen de twee polen, en dan het hele spectrum van tussenposities. Ik beweer dat de ene pool gemakkelijker te denken is dan de andere. Een van de interessante gevolgen is de parallellie tussen de kritiek op deze bewegingen en de bewegingen zelf.

In de kritiek erop schemert heel vaak de ene pool door, namelijk het begrip van de zaak als een louter terugwillen of als een louter willen vermijden van de lelijke kantjes. Het is uit de zaak zelf gemakkelijk om daar kritiek op te geven. Maar je kan de kritiek dan ook weer niet onterecht noemen, als er ook heel wat mensen “bezig zijn” met biologische landbouw zonder daar veel meer bij te denken dan dat het vroeger beter was. Dit soort van kritiek schiet totaal voorbij aan wat de mensen aan de moeilijkere pool proberen te bereiken, maar dat doet er niet veel toe, want er zijn aan de gemakkelijk pool genoeg enthousiastelingen op wie ze wel van toepassing is. En de term, dus bijvoorbeeld biologische landbouw of alternatief globalisme, blijft ondertussen toch slaan op het gehele spectrum. Je zou in principe de term willen kunnen ontdubbelen, bijvoorbeeld in “retro-landbouw” en “vooruitstrevende groene landbouw”, maar dan zit je met het probleem dat je eigen idee profileren als het ene ware idee nooit tot iets goeds leidt.

Er zijn nog een aantal op zichzelf staande problemen die de hele kwestie compliceren.

Ten eerste is het voor degenen die kritiek willen geven op een vooruitstrevende idee heel moeilijk om het vooruitstrevende in het oog te vatten en niet het terugwillen. Om bij het voorbeeld te blijven, het is heel moeilijk om biologische landbouw als iets anders te zien dan geen pesticiden spuiten en terugwillen naar vroeger. Immers, de landbouw van honderd jaar geleden is iets wat al gekend is. Voor een sceptisch iemand die voor het eerst over biologische landbouw hoort is de verleiding groot om in de volgende gedachtengang te vervallen. “Wat willen die mensen eigenlijk doen? Aha, ze willen eigenlijk landbouwen zoals vroeger. Maar dat is iets dat ik heel goed ken! Ik ben ook voor landbouw zonder pesticiden, of ik zou er tenminste voor zijn als het nog mogelijk was – hetgeen echter niet het geval is. Maar ik ken hun project eigenlijk heel goed.” Alleen door het feit dat iets bekend en benoembaar is, wordt het de categorie waarin vreemde nieuwe dingen worden ondergebracht, ookal horen ze daar eigenlijk niet thuis.

Ten tweede is het verlangen naar een ideaal meestal eerder daar dan de articulatie ervan. Iemand kan een verlangen hebben naar een groenere wereld maar nog niet alles tot een voor zichzelf bevredigend punt overwogen hebben. Hij heeft alleen nog maar zijn verlangen. Misschien dat hij tot de conclusie zal komen dat hij terug naar vroeger wil. Misschien komt hij tot de conclusie dat alleen de reguliere wetenschap de meest duurzame antwoorden kan bieden in een wereld waar echte duurzaamheid een illusie is geworden. Misschien komt hij tot ideeën over hoe je het anders en beter kan doen in een veranderde wereld. Maar voorlopig heeft hij alleen zijn verlangen. Een dergelijk iemand kan voor een scepticus waarschijnlijk even weinig betekenen als de scepticus voor hem. Hij kan de scepticus alleen maar materiaal geven dat deze al lang overwogen en verworpen heeft, en de scepticus kan met zijn kritiek alleen maar aanknopen aan de pogingen om het ideaal te verwoorden, niet aan de bron waar deze pogingen aan ontspringen.

——-

Toen we door de velden reden en deze gedachten door mijn hoofd schoten, moest ik echter ook aan mijn promotor op de universiteit denken. Ik schreef een thesis over Steiner en hoewel hij niets van Steiner wist wou ik toch bij niemand anders mijn thesis doen. Ik bewonderde en bewonder nog altijd de scherpte van zijn argumenten. Ik heb hem niet kunnen overtuigen van mijn eigen argumenten, hetgeen aan de ene kant ook nooit mijn bedoeling was, maar aan de andere kant was hij wel een van de voornaamste onder de denkbeeldige gesprekspartners tot wie ik mij in mijn thesis richtte.

In de opmerking van mijn mama hoorde ik nu plots ook zijn kritiek op Steiner. Eigenlijk was de opmerking pro biologische landbouw bedoeld, maar zoals ik heb proberen uit te leggen is het begrip van biologische landbouw dat eruit spreekt tegelijk ook de voornaamste schietschijf voor de critici. Daarbij ging de opmerking over landbouw en niet over Steiner of antroposofie, maar toch is het dezelfde kritiek als de zo typische en afgezaagde kritiek op Steiner of op de antroposofie.

Er is een verschil tussen enerzijds kritiek geven op een bepaalde praktijk en anderzijds kritiek geven op een omvattende wereldbeschouwing die bovendien methodisch onderbouwd is. Maar de vaakst gehoorde kritiek op Steiner en zijn omvattende wereldbeschouwing is geheel en al dezelfde als de typische kritiek die men hoort als het over biologische landbouw gaat: “Aha, Steiner wil dus terug naar een pre-kritische filosofie.” Ondanks de gemeende pogingen van een zo scherp denker als mijn promotor om al mijn andere redeneringen te volgen en te begrijpen, bleef die reactie toch in de weg zitten. Het denken denken van Steiner bleef voor hem in een categorie steken waar hij niet van hield. Het obstakel was niet de argumentatie, maar het feit dat het denken van Steiner te veel leek op andere stromingen die wel bekend en benoembaar waren, en dat daardoor het toekomstgerichte, dat zijn benoembaarheid alleen als iets toekomstigs meedraagt, onzichtbaar werd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s