Hoe meet je het werk van een kamerlid?

Mieke Vogels: Na 25 jaar in een parlement ben ik er een beetje op uitgekeken. Ik hoef ook niet zo nodig het grootste aantal vragen te stellen en zo veel mogelijk tussenkomsten te doen. Dat is tegenwoordig een echte sport in het parlement, want iedereen wil natuurlijk de media halen en goed scoren in die rapportjes in de kranten. En wat doet een politicus dan? De belachelijkste vraag stellen over de gewestweg die door zijn dorp loopt. Want dan kan hij er zeker van zijn dat hij tenminste de plaatselijke kranten haalt.

Ik kwam vandaag deze passage tegen in een oude knack en herinnerde me plotseling de allereerste keer dat ik dat idee ben tegengekomen: dat je de activiteit van een kamerlid op een of andere manier kan aflezen aan de hoeveelheid interventies die hij op een jaar maakt.

Het zal een jaar of veertien geleden zijn geweest. Het was een artikel over Tobback en de schrijver had het over diens drukke agenda. Maar ja, voegde hij er dan zijdelings aan toe, in de kamer is Tobback dan weer niet zo heel actief. Een gemiddeld kamerlid stelt zoveel vragen en Tobback heeft er op een heel jaar maar zoveel gesteld.

Ik ging, zoals ieder ander mens zou doen, in mijn hoofd na wat dit wel zou betekenen en in mijn hoofd zag het er ongeveer zo uit:

Dat is toch een rare uitspraak! Hier wordt gedaan alsof men het parlementswerk kan aflezen aan de loutere kwantiteit van de interpellaties, terwijl het toch zonder meer duidelijk is dat dat niets zegt over de kwaliteit. Over de kwaliteit kan het natuurlijk een richtingwijzende aanduiding geven, maar Paf! daar zie ik het beeld voor mij van een parlementariër die op een jaar maar enkele keren een vraag stelt, maar dan wel een belangrijke vraag, die de zaak vooruithelpt en een vraag is die niemand anders stelt. Ik herken het onmiddellijk als een waarheid dat het werk van deze meneer in een dergelijke tabel volledig miskend wordt. Dus het idee dat met de kwantitatieve aanduiding de kous af is, wordt door dit beeld weerlegd. Maar aan de andere kant, het is wel eens interessant om het op deze manier te bekijken. Het blijft immers een gegeven dat de kwantitatieve kant er zo uitziet, dat alleen almaakt het interessant. Ik ben nieuwsgierig naar de cijfers van alle politici. Natuurlijk zegt het over de wezenlijke kant van de zaak haast niets, maar als exotisch element prikkelt het wel mijn interesse.

Zo kon ik daar toen nog over denken, het was de eerste keer dat ik de kwantitatieve kant overwoog. Het was simpelweg de eerste keer dat ik de kwantitatieve kant op zichzelf ergens tegenkwam.

Tegenwoordig is het misschien wel omgekeerd wat als norm geldt en wat als exotisch, en het blijft me enorm fascineren hoe we in die situatie terecht zijn gekomen.

Enfin, ik zou zeggen dat het gewoon een symptoom is van een luiheid in het denken, maar daarmee ben ik nog niet veel verder. Ik wil uitklaren wat dat betekent, denkluiheid. Dan pas kan ik constructief nadenken, over stappen in de richting van een remedie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s