Absolute vrijheid. Enkele posities

Een maand geleden was ik op een klein congres; het thema was vrijheid en determinisme. Ik heb heel wat interessante dingen gehoord.

Een spreker, een analytische filosofieprofessor, verdedigde het compatibilisme, dat wil zeggen de stelling dat vrijheid en determinisme verzoenbaar zijn. Zoals hij het uitgelegde staat compabilisme tegenover libertarisme, dat wil zeggen de stelling dat vrijheid en determinisme elkaar uitsluiten. Er was een argument dat moest aantonen waarom het libertarisme in feite een onwaarschijnlijke positie was. Het ging ongeveer als volgt.

De libertariër wil verdedigen dat er wilsvrijheid is. Wij als mensen kunnen met onze wil schepper zijn van handelingen die meer zijn dan louter een functie van factoren buiten onze wil. De libertarïër gelooft absoluut in het bestaan van dit soort vrije wilsimpulsen. Maar door ze zo categoriek voorop te stellen, kunnen ze niet anders meer gedacht worden dan als onbepaald. Ze moeten volledig los kunnen staan van alle mogelijke factoren die een determinerende invloed zouden kunnen hebben; daarmee verliezen ze elke bepaling. De libertariër die op restaurant een fles wijn zou moeten kiezen zou verzeild raken in een merkwaardige paradox. Laten we aannemen dat hij een grote liefhebber is van Bordeaux. Hij zou met opzet een wijn moeten kiezen die veel minder overeenstemt met zijn voorkeuren, bijvoorbeeld een Bourgogne, want elke keuze die afgeleid is van factoren die zijn keuze bepalen, moet hij afzweren als hij wil beweren dat zijn keuze een echte, vrije, keuze is. Zijn eigen voorkeuren vallen daar ook onder en moet hij evenzeer afzweren. Men ziet dat deze verabsoluteerde idee van vrijheid elke band afsnijdt met het leven en met de dingen die we belangrijk vinden. Daarom, zo luidt de conclusie van de paradox, kan het libertarisme niet de theorie over vrijheid zijn die we zoeken. De soort keuze die voor de libertariër geldt als typevoorbeeld van een vrije keuze verschilt nauwelijks van het typevoorbeeld van een onvrije handeling, tenminste niet met betrekking tot de vraag: ben in onderworpen aan enige dwang? Want of ik nu onderworpen ben aan de causale afloop van neuronale processen, of aan de onvoorspelbaarheid van de totale willekeur, maakt weinig uit.

Ik zie waarom het een aantrekkelijk argument is, maar had onmiddellijk een bedenking. Moet de libertariër een andere wijn kiezen dan de Bordeaux, enkel om te bewijzen dat zijn keuze vrij is? Waarom zou men niet het onderscheid kunnen maken tussen i) in vrijheid voor de Bordeaux kiezen; en ii) onvrij voor de Bordeaux kiezen.

Pas nu, meer dan een maand later besef ik dat dit het onderscheid is dat Steiner op het oog heeft in het eerste hoofdstuk van de Filosofie der vrijheid. – Maar ook toen al had ik de indruk dat dit een belangrijk onderscheid zou zijn om te maken. Een tweede paradox, die zich naar aanleiding van de eerste voordeed: hier was dan een analytische filosoof, een goede analytische filosoof zelfs, die dus bekwaam zou moeten zijn om scherpe onderscheiden te maken; maar hij ontwikkelt zijn theorie slechts tot vlak voor het punt waar hij een onderscheid zou kunnen maken dat zijn hele voorbeeld overhoop zou gooien. Sindsdien heb ik er over nagedacht, maar ik blijf van mening dat het een onderscheid is dat de analytisch filosofie beslist zou moeten kunnen maken.

Ik ben het dus eens met de ene conclusie van het argument. Inderdaad, als de man uit het voorbeeld Bourgogne zou bestellen vanuit het verlangen een vrije keuze te maken, zou hij alleen in een heel afgeleide en hoogst misleidende zin vrij genoemd kunnen worden. Maar ik ben het niet eens met de andere conclusie, namelijk dat de idee moet opgegeven worden dat vrijheid bestaat in het schepper zijn van een oorspronkelijke impuls. Ik ben het daar niet mee eens omdat ik vind dat het argument dat tot deze conclusie zou moeten leiden niet voldoende is doorgedacht.

Toevallig las ik een paar dagen na het congres een gedachte van Albert Steffen, die een illustratie bevat van het onderscheid dat ik vind dat moet gemaakt worden. Ik citeer uit Dreiunddreissig Jahre (Dornach, Verlag für schöne Wissenschaften, 1959), p. 117 – 118

Eigentlich müßste ein in der Gemeinschaft das Gute wollender Mensch seelisch-geistig ganz anderswo verweilen können, als die Leute, die Erinnerungen an ihn von früher her haben, ihn jetzt erblicken. Denn ihre Beurteilung verbindet sich sonst nur mit Gedächtnisbildern, die heute, da er sich weiterentwickelt hat, längst überholt sind.

Urteile, die sich aus dem Vergangenen ergeben, sind für ihn als Gegenwärtigen nicht mehr gültig. Sie gehen fehl.

Ein Beispiel. Jemand mußte seinen Gegnern, da sie Unrecht taten, die Wahrheit sagen. Das erturgen sie nicht. Das verziehen sie ihm nie. Auch jetzt nicht. Immer noch wollen sie sich darüber beschweren oder sogar dafür rächen. Obwohl er längst nicht mehr daran denken mag. Weil solche Pfeile, die meist vergiftet sind, ihm das Leben unmöglich machen, muß er sich außerhalb ihres Schießbereiches stellen. Er ist schon anderswo, als sie ihn glauben.

Aber dies wird ihm nur durch seine eigene Verwandlung möglich. Sie hat zur Voraussetzung, daß sein Gedächtnis nicht mehr an Gedanken, Gefühle und Willensimpulse gebunden ist, die solche Erinnerungen sonst unwillkürlich mit sich bringen. Diese Seelentätigkeiten sind für ihn – durch seinen inneren Fortschritt – völlig losgelöst vom Leiblichen. Er vermag sie jetzt frei anzuwenden. Er tut dies vor allem jenen Widersachern gegenüber, welche die Irrtümer, Antipathien und Vernichtungstendenzen von einer fälschlichen Autorität übernommen haben.

In dit voorbeeld gaat het ook over impulsen die iemands handelen bepalen. De impulsen zijn psychologisch. Het zijn de gevoelens en wilsimpulsen die opgeroepen worden door de herinneringen aan vroegere gebeurtenissen. Deze zijn het die hem onvrij zouden kunnen maken. In het voorbeeld van de wijn gaat het ook om psychologische processen. Daar zijn het de voorkeuren en het vooruitzicht van de lekkere smaakervaring die onvrij zouden kunnen maken. Maar in het voorbeeld van Steffen is het duidelijk dat de potentieel determinerende factoren mijn handelen niet hoeven te determineren. Dat hangt er maar van af of ik doorzie wat er psychologisch aan de hand is en de kracht kan ontwikkelen om er indien nodig innerlijk weerstand aan te bieden.

Ik kan vrij worden om het psychologische geweld dat in mij woedt los te laten of niet en aan te wenden op de manier die ik kies. Ten goede of ten kwade, innerlijk of uiterlijk … Dit is toch zonder meer een goed voorbeeld van wat vrijheid is.

Het merkwaardige is dat er aan het voorbeeld van de wijn, dat de analytische professor gaf, niet eens zoveel hoeft veranderd te worden. De hele opzet kan blijven staan. Er moet alleen aan toegevoegd worden dat er zich in het binnenste van de wijndrinker verschillende dingen kunnen afspelen. Hij kan zich bewust zijn van de determinerende factoren of niet. En hij kan, behalve hierdoor overweldigd te worden, ook rustig constateren dat zijn psychologische impulsen overeenstemmen met wat hij op dat moment in alle helderheid weet dat hij wil, en in vrijheid voor de Bordeaux kiezen. Het merkwaardige bestaat erin dat, hoewel er slechts een minimale toevoeging aan het voorbeeld nodig is, deze toevoeging het verschil maakt tussen een misleidend en atypisch voorbeeld van een vrije handeling en een eminent typevoorbeeld van een vrije handeling.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s