Meningsverschillen en lievelingsmeningen

De laatste tijd stuit ik geregeld op een bepaald idee over hoe het wetenschappelijke bedrijf functioneert. Hoe komt het dat wetenschap altijd beter wordt en toch altijd blijft beantwoorden aan de meest strikte criteria van wetenschappelijkheid? Antwoord: de academisch organisatie alleen al bevat een mechanisme waardoor de wetenschappelijkheid automatisch bewaakt wordt, en waardoor tegelijkertijd toch discussie gestimuleerd wordt! Met dit plaatje is op zich niets mis, maar ik stoor me wel aan de manier waarop het vaak gebruikt wordt om andere zaken te rechtvaardigen. Wat er juist storend aan is, is wel een tikkeltje ongrijpbaar. Om het grijpbaar te maken, al is het alleen voor mezelf, bespreek ik een voorbeeld.

——-

Het voorbeeld dat ik kies is een artikel in de rubriek ‘de gedachte’ in De Morgen van Patrik Vankrunkelsven. Het stond op 4 oktober in de krant en was de reactie op een artikel van de dag ervoor door Luc Bonneux. Wat me zo tegensteekt is een toestand die bijna precies dezelfde toestand is die me ook al zo tegensteekt bij Johan Braeckman. Het is hun wijzen op het proces van academisch onderzoek, met peer reviews, met menigsverschillen en dan vooruitgang juist door die meningsverschillen, en alles wat daar gewoonlijk bijgehaald wordt. Kortom, het proces van de wetenschappelijke discussie. Het stoort mij omdat ze dat altijd van stal halen waar het niet op een zinvolle manier lijkt te kunnen thuishoren. Vankrunkelsven zegt dat het allemaal nog wel meevalt met de invloed van Big Pharma op het wetenschappelijk onderzoek. Immers, het wetenschappelijke onderzoek is zo georganiseerd dat fout onderzoek uiteindelijk gecorrigeerd wordt. Verder is het een heel gewone zaak dat onderzoek in een bepaalde richting wordt gestuurd. Daar is niets vreemds aan. Ook onderzoekers die geen enkel financieel motief hebben onderzoeken meestal om een hypothese te bevestigen, namelijk de eigen hypothese, die ook een beetje de lievelingshypothese is: metingen die de lievelingshypothese bevestigen worden aangehaald, andere metingen worden genegeerd. Allemaal heel normaal volgens Vankrunkelsven.

Tot op zekere hoogte kloppen beide dingen ook die hij zegt. Het proces van de wetenschappelijke discussie heeft zijn positieve kanten en is beslist beter dan niets; en wetesnchappers hebben in de praktijk lievelingshypothesen. Dat van de lievelingshypothesen is iets waar je niet kan naastkijken zodra het om sociale wetenschappen begint te gaan, dat heb ik zelf nog levendig kunnen ondervinden vorig schooljaar. Maar zoals Vankrunkelsven ze met elkaar in verband brengt is er iets aan wat me zeer afstoot, al ben ik niet zeker of ik precies ga kunnen aanduiden wat. Ik heb gewoon het gevoel dat je niet kan verdedigen wat hij verdedigt door ze zo samen te brengen als hij doet. Als hij zegt dat het normaal is dat wetenschappers meer geïnteresseerd zijn in hun lievelingsmodellen en -theorieën dan in de waarheid, maar dat dat niet erg is omdat er een correctiemechanisme aan het werk is dat uit zichzelf corrigeert, zelfs zonder dat het iets te maken moet hebben met de inhoud van het onderzoek – dan heb ik de neiging om te zeggen: “het doet er niet eens toe dat er mettertijd een correctie gebeurt, het aanvankelijke proces van het onderzoeken zelf is geen goede basis om van uit te gaan.” Ik denk dat je wel het proces van het onderzoeken kan verdedigen, zelfs met de praktijk van het sturen in de richting van een lievelingshypothese erbij, bijvoorbeeld door aan te tonen dat het in principe nog steeds gestuurd wordt door een verlangen van de wetenschapper om de waarheid te vinden, door aan te tonen dat er nog een restant van een verband is tussen het liefhebben van de hypothese, wat ze dan ook is, en een liefhebben van de waarheid. Dat kan je verdedigen. Maar wat Vankrunkelsven verdedigt is een model waarin er enerzijds een proces van wetenschappelijk onderzoek is, dat evengoed in de juiste als in de foute richting kan gaan, en anderzijds een proces van wetenschappelijke discussie dat als een onzichtbare corrigerende hand fungeert en het proces in de juiste richting stuurt, zelfs al zouden de individuele onderzoeken allemaal in de foute richting gaan. Waar is in dit model de waarheid gebleven?

Je kan ook omgekeerd het proces van wetenschappelijke discussie op zich verdedigen. Hoe zou je anders kunnen dan het te verdedigen? Het is maar door uitwisseling, door botsende meningen, door elkaars artikels kritisch te lezen dat wetenschap op hoog niveau mogelijk is. Wetenschap stuurt zichzelf vooruit, door uitwisseling. Onvolkomen theorieën worden uitgezuiverd en meer volkomen theorieën halen met de tijd de bovenhand. Dat ligt in de natuur van het proces van wetenschappelijke discussie, of toch van een ideaal opgevatte wetenschappelijke discussie. Maar dit wil niet zeggen dat het proces ook elementen zal uitzuiveren die niets met wetenschap te meken hebben. Als er vreemde elementen binnendringen die niets met wetenschap te maken hebben, bijvoorbeeld financiële belangen en gekochte onderzoeken, is de situatie veranderd. Het correctiemechanisme veronderstelt een verzameling spelregels, impliciet of expliciet. Gelden die spelregels, dan kan men er waarschijnlijk op vertrouwen dat de onzichtbare hand zijn werk doet. In die verzameling spelregels zal men altijd de spelregel vinden dat wetenschap probeert uit te vinden hoe de dingen zijn. Dat kan niet anders. Eigenlijk is het al fout om de metafoor van de spelregel te gebruiken omdat een spelregel kan losgekoppeld worden van het spel. Als in: de spelregel verplicht a, maar ik doe b. Terwijl het gericht zijn op de waarheid eigenlijk meer iets is dat inherent bij de wetenschap hoort dan iets als een spelregel, die je zou kunnen loskoppelen van de spelpraktijk. Het op waarheid gericht zijn van de wetenschap is meer iets als het organische groeien en op het licht gericht zijn van de plant. Toch wou ik de metafoor van de spelregels gebruiken, want met betrekking tot het proces van de wetenschappelijke discussie gebeurt er iets als het veranderen van de spelregels, zodra financiële belangen, of eender welke aan de wetenschap vreemde elementen binnendringen. Wat Vankrunkelsven zegt komt neer op de stelling dat de onzichtbare hand van de controle ook wel zal werken als de regels veranderd zijn. A priori mag je daar echter allesbehalve van uitgaan.

Hoe kan je een plant beletten van naar het licht te groeien? Door iets te doen dat extern is aan de innerlijke groeiwet van de plant, bijvoorbeeld de plant mechanisch beletten in de ene richting te groeine en niet in de andere. Of ik maak in een futuristisch universum in mijn genetisch laboratorium een plant die niet naar het licht groeit. Of ik verander genetisch iets aan de plant, waardoor hij niet naar het licht groeit. Dat zijn volgens mij juiste metaforen voor wat er gebeurt wanneer Big Pharma een ondrzoeksresultaat koopt. Het financiële element is ofwel iets dat helemaal extern is aan het wetenschappelijke proces, of het verandert het wetenschappelijke proces in iets anders. Vankrunkelsvens model is iets anders en iets onmogelijks. De metafoor daarvoor zou zijn: ik verander iets intern aan de plant, dus aan de groeiwet zelf, maar toch weert de plant dat af en groeit ze naar het licht omdat ze toch blijft gehoorzamen aan de oorspronkelijke groeiwet. Dat kan dus niet, dat kan je alleen maar formuleren met de metafoor van spelregels. Maar Vankrunkelsvens model is ofwel dat, ofwel is het het model van de plant die mechanisch wordt gehinderd om naar het licht te groeien, maar toch een weg vindt naar het licht. De financiële interesses zouden dan vergelijkbaar zijn met een ijzeren constructie die de plant weg van de kant van de zon zou moeten leiden. Maar voila, dan heb je exact mijn bezwaar waarvan ik in het begin zei dat ik niet wist of ik het helder ging kunnen krijgen. Namelijk, in die metafoor vindt de plant wel zijn wel naar het licht, maar dat kan je niet volhouden als je tegelijk wil zeggen dat lievelingshypotheses de gewoonste zaak van de wereld zijn. Want dan stel je namelijk financiële interesses op één lijn met lievelingshypothesen, waarvan je toch zegt dat ze intern zijn aan het wetenschapsproces. Intern is het omgekeerde van extern.

Kortom, het is of het een, of het ander. Of je verdedigt de lievelingshypothesen, of je verdedigt het proces van peer reviewing enzovoort. De combinatie die Vankrunkelsven maakt werkt niet.

Die combinatie is echter niet essentieel voor zijn artikel. Hij zou het artikel kunnen herschrijven zonder de combinatie, door bijvoorbeeld het deel over de lievelingshypothese eruit te halen. Het zou gewoon een beter artikel worden, zij het waarschijnlijk nog steeds niet zo overtuigend.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s