GGO’s en honger. Het Kellog-principe

Een tijdje geleden was ik in een supermarkt en viel er mij een product op dat ik nog niet eerder had gezien: een reep van frosties. Schijnbaar zoiets als een muslireep, maar dan toch wel met een andere uitstraling. Overdekt zijn met een dikke witte laag suikerglazuur brengt niet echt een imago over van een gezond en voedzaam tussendoortje. Toch verbaasde het me dat er, hoewel het om een product van Kellog ging, niet in het groot opstond dat er allerlei vitamines, ijzer en foliumzuur inzaten. Was het nu echt zo moeilijk daar wat B12 aan toe te voegen?

Ik wou dat ik het had gekocht, dan had ik er een foto van kunnen nemen en daarmee deze tekst wat opvrolijken (plus, ondertussen ben ik ook benieuwd geraakt naar hoe het smaakt). Online vind ik alleen kleine foto’s. Wel heeft mijn zoektocht op het web me geleerd dat in sommige landen wel degelijk in grote letters op het pak staat hoeveel vitaminen erin zitten. Hoe moet men dat verklaren? Ik kan alleen vermoeden dat zelfs deze beproefde succesformule maar zo lang meegaat als ze meegaat. Blijkbaar is men bij Kellog van mening dat het principe van het met drukinkt oppoetsen van graanproducten aan de rand is gekomen van zijn mogelijkheden. Bij een reep die schreeuwt van de plakkerigheid wordt de stap naar “gezond en voedzaam” voor de consument te groot om te overspringen. Niet in alle landen, maar bijvoorbeeld in België al wel.

Ik zal de aanblik van dit principe missen als ik langs de winkelrekken loop, maar in mijn hoofd zal het altijd verbonden blijven met Kellog. Door de jaren heen heb ik vaak aan Kellog gedacht, telkens ik iemand iets hoorde aanprijzen met als eigenschappen vermomde additieven. Bijvoorbeeld (in het debat rond de Oosterweelverbinding): “Ik snap niet waarom de groenen tegen de lange wapper zijn, want als wij ons plan mogen uitvoeren komen er veel meer en betere fietspaden!” Dan kreeg ik telkens een zoete heimwee naar de tijd toen ik ontdekte dat ik met twee kommen choco pops 200% van de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid van een of andere vitamine tot mij kon nemen. Maar ik weet niet hoe herkenbaar dat is voor iemand die niet groot geworden is met de jaren tachtig en het ongebreidelde geloof in alles wat fake is.

Of de bezwaren van de tabakslobby tegen mogelijke maatregelen van de EU om het roken verder aan banden te leggen (vooral één van de opties die op tafel liggen wordt gevreesd, namelijk het Australische systeem van uniforme, neutrale pakjes, met ook de naam van het merk in een neutraal lettertype). De bezwaren van de lobby zijn ondermeer dat er veel banen zouden verlorengaan in de tabaksindustrie en dat de markt wel eens overspoeld zou kunnen worden door goedkopere sigaretten die van slechtere kwaliteit zouden zijn en daarmee een gevaar voor de volksgezondheid. For the record: ik rook zelf, ben tegen het rookverbod op café en al wat ge wilt. Maar dit is een typisch voorbeeld van het Kellog-principe

——-

De voornaamste plaats waar men altijd weer op het Kellog-principe stuit, is natuurlijk in het argument dat luidt: GGO’s helpen de honger de wereld uit. Over GGO’s moeten we in de eerste plaats vooral heel enthousiast zijn, immers, dankzij GGO’s zal het mogelijk zijn gewassen te ontwikkelen die ook goed kunnen gedijen in streken waar veel honger heerst.

Ik weet dat er voor dat standpunt iets te zeggen valt. Meer bepaald, het is zinvol om het onderscheid te maken tussen enerzijds het argument met zijn waarde als argument en anderzijds de campagne. Over de laatste las ik een citaat van Michael Pollan, dat ik weergeef omdat hij het goed samenvat:

Unless I’m missing something, the aim of this audacious new advertising campaign is to impale people like me—well-off first-worlders dubious about genetically engineered food—on the horns of a moral dilemma…If we don’t get over our queasiness about eating genetically modified food, kids in the Third World will go blind.

Over de waarde van het argument per se heb ik mij laten vertellen dat die er is. Om honger de wereld uit te helpen zou het zo zijn dat er zo goed als geen andere opties zijn buiten de ontwikkeling van GGO’s. Dat is wat ik hoor vertellen door studenten biotechnologie die het hebben horen vertellen door professoren. De honger die nu de derde wereld teistert zal snel genoeg ook het westen teisteren, en tegen dan zal door de volgende generatie biotechnologen een manier moeten bedacht zijn om iedereen nog te kunnen voeden. Men kan niet verwachten dat mensen in het westen hun levensstijl zullen veranderen. Men kan ook niet verwachten dat de groene beweging of gelijk welke andere beweging erin zal slagen grotere opbrengsten te bewerkstellingen. Grotere opbrengsten kunnen er alleen komen (misschien) door genetische manipulatie. Er is geen andere strategie om onze hoop op te stellen. Dus het is de juiste weg vooruit.

Er is iets te zeggen voor de stelling dat GGO’s de honger uit de wereld zullen helpen. Niet alleen de net geschetste redenering, maar ook simpelweg omwille van het principe dat meer inzicht meer mogelijkheden met zich meebrengt, en natuurlijk positieve gevolgen kan hebben als ze op de juiste en niet de foute manier gebruikt wordt. Ik zou zelfs de stelling durven verdedigen: als er iets de honger uit de wereld zal helpen, zal het inzicht zijn.

Maar de boodschap die mij van overal tegmoetgalmt is een heel andere. Meer iets in de zin van: als er iets de honger uit de wereld zal helpen, zullen het GGO’s zijn. Maar dan minder als een standpunt dat ingenomen wordt en meer als een vaag appel aan wat moet doorgaan voor het gezond verstand. Het klinkt ongeveer als volgt. Er is honger. Niet bij ons maar ver weg. Er is dus te weinig eten. Daar waar er honger is brengen de akkers niet zo veel op. Dat is de reden dat er te weinig eten is. GGO’s zorgen ervoor dat de akkers meer opbrengen. Daardoor zal er meer eten zijn. Daardoor zal er minder honger zijn.

De enige juiste elementen aan die redenering zijn dat er honger is en dat GGO’s vooral ingezet worden in derdewereldlanden. Wat ook een juist element is, is dat indien het probleem zich met een eenvoudige maatregel zou laten oplossen, wij dan op onze twee oren zouden kunnen slapen.

Op alle andere punten klopt er niets van het verhaal. Alleen hoeft het niet te kloppen om effectief te zijn, als het beroep kan doen op het gezond verstand. Het is hetzelfde gezonde verstand waar Kellog ook een beroep op doet. Het denken dat tevreden is met de stelling: hoe meer vitaminen, hoe meer gezondheid.

Akkoord, het debat over genetisch gemanipuleerde organismen is erg gecompliceerd. Maar het is niet juist dat de voorstanders zich ertoe kunnen beperken te verklaren dat GGO’s de honger zullen oplossen. Het is erg dat de tegenstanders dat laten gebeuren. Bovenal is het erg dat er niet wordt ingegaan op de echte kwesties: wat zouden de gevolgen zijn voor de maatschappij, voor de werkomstandigheden, voor de natuur, voor de gezondheid, voor de economie? Wat zijn de principiële bezwaren, en hoe ernstig zijn die? In plaats daarvan lijkt niemand het een groot probleem te vinden dat volstaan wordt met een debat dat geen debat is. Lossen GGO’s de honger op? Dat is een debat dat het waard is gevoerd te worden. Onder welke voorwaarden wel en onder welke niet? Toch onder de huidige omstandigheden, ondanks alle vermenging tussen wetenschappelijk onderzoek en louter profijtgerichte industrie? Zo moeilijk kan het toch niet zijn om een onderzoek in te stellen over de vraag wat er zou veranderen op het vlak van honger in een aantal hypothetische scenario’s. Toch ontbreekt het debat.

In plaats daarvan wordt het gunstige effect van GGO’s opgevoerd als een haast feitelijke waarheid. Meer uitleg over de hongerkwestie is simpelweg niet voorhanden. Dit moet uiteindelijk ook voor de voorstanders een vervelende situatie zijn, alleszins voor die voorstanders die een discussie met argumenten willen voeren – en niet de overwinning willen behalen alleen dankzij een bijzonder goedkoop maar wel effectief marketingprincipe.

Toevoeging 3/10/11: Ik bedoel maar, onder al de dingen die ik de afgelopen maanden over GGO’s heb gelezen of gehoord, waren er misschien twee of drie die iets verstandigs te zeggen hadden pro GGO’s. Dat waren dan uitspraken die me aan het denken zetten. Of het was het feit dat zeer verstandige mensen ook voor GGO’s konden zijn, dat me aan het denken zette. Binnen de verzameling van dingen die ik gelezen heb is het aantal van zulke uitspraken verschrikkelijk klein. Maar ze hadden wel een veel groter gewicht dan alle andere uitspraken bij elkaar opgeteld. De andere uitspraken herhaalden alleen maar de platitudes over honger en dergelijke, waar je zo doorheenkijkt. Daaraan zie je hoe erg het gesteld is. Het is toch bedroevend dat de zinvolle argumenten pro GGO’s, die er natuurlijk ook zijn, nauwelijks aan bod komen in de discussies. In feite kan je dan niet eens het woord discussie gebruiken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s