Onze democratische waarden

China vraagt aan de EU meer respect voor zijn eigenheid en voor de manier waarop het zijn onderdanen bestuurt. (Heb een tijdje zitten zoeken naar de link van het nieuwsbericht, maar vind die niet meer.) Toen ik dat las dacht ik: China heeft natuurlijk gelijk dat te vragen. Het principe van mensenrechten heeft maar tot op zekere hoogte macht, zolang de inhoud van de mensenrechten bepaald kan worden door politieke willekeur. Tot dat verandert is het andere principe, dat van respect voor de manier waarop andere volkeren hun land leiden, natuurlijker. Maar ik dacht ook dat China niet de mensenrechtenkwestie en de Tibetaanse kwestie op één hoop had mogen gooien. Want in dezelfde mate dat wij als Europeanen respect kunnen hebben voor China, kunnen we het ook hebben voor Tibet. Dus daar is China’s vraag op zijn minst problematischer. Men zou dus door mee te denken met de uitgangspunten van China de zaak hard kunnen maken dat Tibet wel iets is waar Europa het recht heeft zich mee te moeien. Dat is een insteek die ik vaak mis, het meegaan met de uitgangspunten van de ander. Natuurlijk maakt het de zaak er niet eenvoudiger op dat China meer respect vraagt voor hoe het zijn land bestuurt – tussen het aanknopen van economische relaties met Europa door, bijna als deel van een economisch compromis. In een dergelijke context is een insteek ver te zoeken die gericht is op een dialoog met wederzijds respect voor de argumenten van de ander. Tegelijk blijkt uit een economisch compromis nog altijd veel meer respect dan uit een onnadenkend “zij moeten zich maar aanpassen aan onze democratische waarden”. Ik heb de laatste tijd twee discussies gevoerd over de wetenschap en hoe die naar de wereld kijkt. De ene was op café en ging over de toekomst van onze wereld. Over landbouw, energie, technologie en hoe er geen omkeer te verwachten is in het al maar meer barbaars worden van onze samenleving. Op één punt punt kwam de discussie altijd terug. Er zijn veel goedbedoelde pogingen om het beter te doen: fair trade, biologische voeding, andersglobalistische ideeën – maar de realiteit is nu eenmaal dat die niets veranderen. Want ten eerste gaat de mentaliteit van de meerderheid van de mensen niet veranderen door hen te overtuigen van een goed idee, nee, die kan alleen veranderen als je hen dwingt. Ten tweede, zelfs als je hen overtuigt is er nog steeds het probleem dat kennis niet tot handelen leidt. Men kan weten wat goed is, daarom doet men het nog niet, enzovoort. Dat waren argumenten die herhaaldelijk tegen mijn positie werden ingebracht. Ik veronderstel dat ik ze uitlokte omdat ik verdedigde dat je de wereld (of de mentaliteit van de mensen) alleen kan veranderen met de juiste ideeën. Maar ik moet erbij zeggen dat ik niet bedoelde dat je de mensen moet “overtuigen” van een bepaald idee (genre “als we allemaal minder verbruiken, hebben onze achterkleinkinderen misschien nog wat fossiele brandstoffen over”). Ik bedoelde dat je moet werken vanuit inzicht in de waarheid. (Wat niet zo vreemd is. Iedereen handelt sowieso al vanuit wat hij beschouwt als de waarheid; men deelt voedsel uit aan arme landen in de overtuiging dat het waar is dat men daarmee de honger helpt. Het kan er alleen op aankomen juister te denken, de juiste ideeën te hebben, meer overzicht te krijgen.) In de andere discussie besprak ik argumenten pro en contra homeopathie en werd de manier waarop ik in enig detail inging op het inhoudelijke van de argumenten bestempeld als “oeverloos”. Of misschien was het het feit dat ik homeopathie het voordeel van de twijfel gaf. Ik vind beide commentaren gerechtvaardigd. Er is iets oeverloos aan ingaan op argumenten die nergens toe lijken te leiden, zeker wanneer dat het nemen van krachtdadige beslissingen verhindert. Het is ook zeker waar dat mensen die gewoon zijn zogezegd het foute te doen, niet het goede gaan doen enkel omdat je erin slaagt ze een keer te overtuigen op een verstandelijk niveau. – Ik kan echter beide commentaren niet samen gerechtvaardigd vinden. De hoop dat men door iemand te overtuigen van de juistheid van een handelskoers er ook voor zorgt dat hij deze koers gaat volgen, is naïef. Dat werkt inderdaad alleen als men de mensen tot het volgen dwingt door bijkomende maatregelen. Zo is het ook met bijvoorbeeld de mensenrechten. Het is naïef om te geloven dat het bestuur in een ver afgelegen werelddeel zich gaat houden aan de mensenrechten zomaar omdat het de mensenrechten zijn. Nee, dan moeten er dwangmaatregelen ingesteld worden. Maar alles dreigt hopeloos onoverzichtelijk te worden als een ver afgelegen land in plaats van een discours van dwangmaatregelen een dialoog voorstelt. Dan is er geen houvast meer aan het principe waaraan men zich altijd kon vasthouden: wij hebben gelijk, en misschien gaan we de anderen daar niet van overtuigen, maar we kunnen ons gelijk wel afdwingen. De vraag is: waarom zou men niet ook zijn hoop kunnen stellen op een dialoog? Waarschijnlijk omdat dialogen oeverloos dreigen te worden en krachtdadige beslissingen in de weg dreigen te staan. Alleen: het alternatief is zijn gelijk opleggen, en dat is een principe dat ook maar zo lang in staat stelt de krachtdadigste beslissingen te nemen als men het onder controle kan houden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s