Johan Braeckman over homeopathie

Ik heb half en half beloofd dat ik zou zeggen wat mijn mening was over een artikel van Johan Braeckman over homeopathie. Dit artikel.

Ik wil vooraf zeggen dat ik geen specialist ben op het gebied van geneeskunde, noch op het gebied van de reguliere, noch op het gebied van de alternatieve, complementaire of hoe je het ook wil noemen. Ik ben alleen een beetje een filosoof, net als Johan Braeckman.

Wat vind ik van het artikel? Ik had een doordachter standpunt verwacht en ik had meer inhoud verwacht. Op het moment dat ik zei dat ik zou laten weten wat ik ervan vond, was ik zelfs helemaal niet van plan om er diep op in te gaan. Ik was het met iemand oneens geweest die vond dat Johan Braeckman een vooraanstaand filosoof was, waarop hij me gevraagd had wat ik dit specifieke artikel vond. Ik had dat toen nog niet gelezen. Mijn plan was het te lezen en dan te antwoorden dat ik het niet speciaal een goed of slecht artikel vond, maar dat dat niet het punt was. Het punt ging zijn dat ik erbij bleef dat Johan Braeckman niet als een vooraanstaand filosoof beschouwd kan worden, of hij nu soms een goed artikel schrijft of niet. Maar goed, vervolgens las ik het artikel, en wat ik las heeft me dan toch doen besluiten er dieper op in te gaan. Ik vind echt dat men van een filosoof een doordachter, genuanceerder en aan inhoud rijker standpunt mag verwachten, en ik wil ook uitleggen waarom ik het standpunt ondoordacht enzoverder vind.

Wat staat er eigenlijk in? Dat de wetenschap altijd en zonder discussie gelijk heeft, en dat daarom in homeopathie geloven verkeerd is. Er staat ook een redenering in die zou moeten verklaren waarom sommige verstandige mensen zich kunnen vergissen en toch in homeopathie geloven. Maar die redenering is nog onsubstantiëler dan de belladonna die je in een flesje van de homeopaat aantreft. En er staat een goede vondst in: dat indien de heilende kracht van homeopathische medicijnen en de helende kracht van wijwater uit Lourdes op hetzelfde principe zouden berusten, ze ook ook op dezelfde manier behandeld zouden moeten worden. Dat vind ik oprecht een goede vondst en ik geef toe dat niet iedereen daar zou kunnen op komen.

Waar gaat het niet over? Over de eigenlijke vraag of homeopathie nu een werking heeft of niet. Al is het dan een ander debat, misschien moet ik voor de duidelijkheid toch zeggen hoe ik over die zaak denk. Ik ben niet zo gehecht aan homeopathie. Ik vind dat homeopathie toch wat veel op het verleden georiënteerd is. Maar ik vind homeopathie onder de omstandigheden niet overbodig, want ik vind dat de reguliere wetenschap ook haar eenzijdigheden heeft. Ik geloof dat homeopathie een werking heeft en ik geloof dat homeopatische verdunningen ook een werking hebben.

Ik voel mij niet geroepen de homeopathie te verdedigen. Ik voel mij wel geroepen het principe van homeopathische verdunningen te verdedigen. En ik voel mij geroepen om de zelfgenoegzame houding en de veel te haastige methodologie van een bepaald soort representanten van de reguliere wetenschap in een breder kader te plaatsen. Om niet te zeggen, ik voel me geroepen om te proberen ze te doorprikken.

Toch kort iets over het debat waar Braeckman het eigenlijk niet over heeft. Ik ben geneigd te betwijfelen of de werking van homeopathische verdunningen kan aangetoond worden door een wetenschap die blijft staan bij de methodes die ze gewonnen heeft tijdens het ontwikkelen van een heel ander soort geneeskunde. Maar aan de andere kant vind ik ook dat de reguliere wetenschap zich wel gemakkelijk van de zaak af maakt. Als blijkt dat echinacea, in onverdunde vorm, wel een heilzaam effect kan hebben, beschouwt men het als een toevalligheid dat de homeopathie het ook eens bij het rechte eind had over een bepaalde stof met een bepaalde werking. Maar als het gaat over zeer sterk verdunde stoffen, dan worden ernstige pogingen om de werking hiervan experimenteel aan te tonen, zoals die van Kolisko/Hauschka, eenvoudig genegeerd omdat de onderzoeksmethode nieuwe wegen inslaat en niet meer genoeg lijken op degene waaraan de reguliere wetenschap gewoon is. Maar goed, dat zijn eigenlijk niet de kwesties waar het om gaat. Ik wou gewoon ruwweg aanduiden in welke richting mijn standpunt over deze zaak ligt.

Het debat dat Braeckman wel aangaat is een ander. Hij stelt dat de homeopathie, al heeft zij geen werking, wel kan helpen maar dan alleen dankzij het placebo-effect, dat mensen in homeopathie kunnen beginnen geloven omdat hun slikken van homeopathische medicijnen soms toevallig samenvalt met het vanzelf overgaan van het kwaaltje, en dat het geloof in homeopathie in stand kan gehouden worden door de niet helemaal op ultieme wetenschappelijke waarheid afgestemde manier waarop ons brein werkt. Ik overloop enkele van zijn stellingen in de volgorde waarin ze in het atikel besproken worden.

 ——-

Hetzelfde geldt natuurlijk voor wijwater uit Lourdes en voor honderden andere zogenaamde ‘alternatieve’ geneeswijzen. Daarom is het al evenzeer correct van het Kenniscentrum om enerzijds te stellen dat men niemand kan verbieden zijn geld aan homeopathie uit te geven, maar anderzijds ook te pleiten tegen terugbetaling met gemeenschapsgeld. Wie dat laatste toch verdedigt, moet a fortiori mijn dagelijks glas wijn terugbetalen. Dat heeft immers naast een placebo-effect ook een bewezen positieve uitwerking op mijn gezondheid.

De idee dat – op voorwaarde dat het effect alleen op placebo berust – wijn en wijwater evenzeer terugbetaald zouden moeten worden als homeopathische geneesmiddelen vind ik een goede vondst. Het klopt logisch gezien. Maar het klopt alleen als ook de omstandigheden hetzelfde zijn. Bovendien is de overgang naar de volgende stap in de redenering zwak (“Daarom is het al evenzeer correct van het Kenniscentrum om enerzijds te stellen dat men niemand kan verbieden zijn geld aan homeopathie uit te geven, maar anderzijds ook te pleiten tegen terugbetaling met gemeenschapsgeld.”) Drie punten.

1. I.v.m. het gemeenschapsgeld.

Dit is nu toch heel sterk geredeneerd vanuit de situatie zoals ze nu is, zoals we die nu gewoon zijn. Hier is niet de minste fantasie aangewend om terug te gaan naar de wortels van de situatie zoals ze nu is.

De situatie zoals ze nu is, is een complex gegeven omdat ze een lange geschiedenis heeft. Maar aan de basis ligt in een of andere vorm een simpel principe: sommige mensen worden ziek en hebben medische hulp nodig maar ze kunnen die niet betalen; de gemeenschap, een verzekeraar of de overheid vindt het zinvol om een vangnet te organiseren. Eerst komt de behoefte, dan is er het probleem dat er misschien geen geld is om aan de behoefte te voldoen, dan komt de oplossing in de vorm van gemeenschapsgeld.

Zo beschouwd is het moeilijk in te zien waarom de overheid in mijn plaats zou beslissen waar het geld naartoe gaat dat ik nodig heb omdat ik medische hulp wil. Stel dat ik hulp wil in de vorm van homeopathische therapie, en ik heb daar te weinig geld voor, waarom zou de situatie dan anders zijn dan in het geval dat ik reguliere therapie wil en te weinig geld heb? Misschien is de consensus dat homeopathische therapie niet werkt. Maar wat als ik er echt van overtuigd ben dat ik meer gebaat zal zijn bij homeopathische therapie dan bij reguliere? Dan is het toch een probleem dat de overheid in mijn plaats beslist dat ik niet de middelen krijg om toegang tot die therapie te krijgen. Nuja, als de reguliere therapie, de tweede beste, mij ook gezond maakt is het niet zo’n groot probleem. Maar het is een vreemde situatie dat op een niveau boven mij die beslissing genomen wordt. Stel dat ik niet alleen ben in mijn overtuiging dat homeopathie voor mij een betere therapie zou zijn dan reguliere therapie, en ik organiseer samen met de anderen die dit geloven een ziekenfonds; ons ziekenfonds zou geheel en al ontspruiten aan ons verlangen om betaalbaar te maken wat volgens ons de best mogelijke therapie is – zou de overheid dan het recht hebben om dit initiatief te verbieden, enkel omdat de wetenschap, die altijd gelijk heeft, zegt dat homeopathie niet werkt?

Als je omgekeerd redeneert, valt het problematische aan de zaak niet zo op. Dus niet: er zijn medische problemen, maar vaak te weinig geld, dus komt er overheidsgeld. Maar: het werkt zo dat er overheidsgeld wordt vrijgemaakt voor terugbetaling van medische kosten. M.a.w. het is al de taak van de overheid. Waarom? Omdat het zo is. Welja, waarom zou de overheid, als het dan toch haar toevalt om de medische kosten van de burgers te verlichten, geen richtlijnen en voorwaarden mogen opleggen? De vrije keuze van de burger is toch op geen enkele manier een relevante factor.

Misschien is het een weinigzeggend argument dat ik probeer te maken. Misschien laat het zich ook niet scherp stellen. Maar op een, toegegeven, onscherpe manier heb ik toch het gevoel dat er iets niet aan klopt dat de overheid het volledige zeggenschap krijgt over welke therapie voor mij de juiste is.

Tot daartoe over de “daarom” in “Daarom is het al evenzeer correct van het Kenniscentrum om enerzijds te stellen dat men niemand kan verbieden zijn geld aan homeopathie uit te geven, maar anderzijds ook te pleiten tegen terugbetaling met gemeenschapsgeld.” Ik vind dus dat die daarom kort door de bocht is, maar daarmee heb ik nog niets gezegd over wat er vóór de “daarom” komt.

2. I.v.m. het placebo-effect

Stel dat argumenten over de juistheid van de homeopathie niet zouden meespelen bij het bepalen van wat wordt terugbetaald en wat niet. Dan geef ik Braeckman gelijk dat een glas wijn in principe even veel in aanmerking komt voor terugbetaling als een homeopatisch medicijn. Of laten we zeggen wijwater, want dat is een beter voorbeeld. De werking van wijn op de gezondheid wordt niet bestreden door de wetenschap. Alleen vind ik het vreemd om in die context te insisteren het placebo-effect (zeker in combinatie met double blind). Werkt een placebo als je weet dat het een placebo is? Indien niet, dan is misschien een systeem het beste, waarbij het homeopathische medicijn alleen terugbetaald wordt indien de patiënt niet weet dat het niet werkt. Misschien is er, behalve de groep van homeopathie-gelovers en de groep van Lourdes-gangers, nog een groep mensen die daar gebaat bij kan zijn. Namelijk de groep mensen die overtuigd kunnen worden van de werking van een medicijn dat, zonder dat zij het weten, een placebo is. Wat mij brengt bij een derde punt.

3. Welke medicijnen werken en welke niet?

Welke medicijnen deugen en in welke mate? Het is een discussie die niemand wil voeren, denk ik. Een lijn trekken die homeopathie scheidt van goede wetenschap: akkoord. Maar ofwel is het een willekeurige lijn, ofwel is de lijn gebaseerd op criteria. Ik geloof niet dat zinvolle criteria kunnen gevonden worden. Men zou simpelweg de lijn kunnen trekken tussen wetenschappelijk en onwetenschappelijk, maar het probleem daarmee is dat men de wetenschappelijke methodologie ook kan misbruiken. Er zijn genoeg medicijnen die wetenschappelijk in orde zijn, maar toch alleen gunstig zijn voor de farma-industrie en niet voor de patiënt. Er zijn zelfs syndromen die eigenlijk geen syndromen zijn maar de farma-industrie wel veel geld opbrengen. Akkoord, dat zijn misschien uitzonderingen. Maar je kan het ook zo formuleren: het probleem met het trekken van een lijn is dat de wetenschap soms niet eenduidig is. Volgens het ene rapport is de werking bewezen, volgens het andere niet. En dan zijn er nog de problemen met medicijnen waarvan jaren geloofd is dat ze een bewezen werking hadden, maar die op een bepaald moment toch beschouwd worden als achterhaald. In veel gevallen blijven dergelijke producten toch nog geproduceerd worden omdat de mensen er naar vragen. Waar trekt men de lijn welke medicijnen de overheid mag terugbetalen en welke niet?

Misschien moet dit geval per geval bekeken worden? Maar dan zou de schoen toch opnieuw gaan wringen, want ofwel moet men dan elk homeopathisch medicijn apart bekijken, ofwel de toch behoorlijk willekeurige beslissing nemen alle andere medicijnen geval per geval te bekijken, maar de homeopathische a priori te verwerpen.

 ——-

 (…) er is maar één goede vorm van geneeskunde, namelijk diegene die grondig wetenschappelijk is getest en waarvan de werking is bewezen.

Dit kan twee dingen betekenen. Ofwel betekent het “de wetenschap heeft per definitie gelijk,” ofwel betekent het: “er is maar één goede vorm van geneeskunde, namelijk diegene die grondig wetenschappelijk is getest en waarvan de werking is bewezen.” In het laatste geval is nog niet aangetoond dat de homeopathie hier niet onder valt.

 ——-

Alternatieve geneeskunde staat tegenover wetenschappelijk bewezen geneeskunde zoals pakweg het creationisme (‘alternatieve biologie’) tegenover de evolutietheorie. Waarom, zo kan men zich dan afvragen, zijn er dan artsen die zich wel degelijk ook homeopaat noemen? Hebben zij dan niet dezelfde opleiding gehad als hun collega’s die alternatieve geneeskunde verwerpen? Het antwoord hierop bevat meteen ook de sleutel om te begrijpen waarom homeopathie en honderden andere onbewezen, vaak zelfs volstrekt absurde middeltjes en opvattingen populair zijn en blijven, ondanks tal van studies die, allen samen genomen, onweerlegbaar aantonen dat er hoogstens van een placebo-effect kan sprake zijn.

Dit is een cruciale alinea. Ik denk dat hier vrij duidelijk staat waar het Braeckman op aankomt. Dat is namelijk homeopathie in diskrediet brengen.

1. homeopathie vergelijken met creationisme is een nogal goedkope poging om de negatieve connotaties die Vlaamse lezers met creationisme hebben over te dragen op de homeopathie. Natuurlijk is homeopathie een alternatieve geneeskunde zoals creationisme een alternatieve biologie is, zoals astrologie een alternatieve kosmologie is, zoals relativiteitstheorie ooit een alternatieve wetenschap was, zoals evolutieleer ooit een alternative wetenschap was. Door relativiteitstheorie en evolutieleer in het rijtje te plaatsen, ziet men meteen dat de hoofdzaak hier niet het alternatieve aspect is, maar iets anders dat door Braeckman niet nader bepaald wordt. Natuurlijk is homeopathie, net als creationisme, “alternatief”! Dat is niet de reden waarom men er niet op in zou moeten gaan (tenzij men pertinent bij het standpunt wil blijven dat de wetenschap dicteert waar men voor moet zijn en waar men tegen moet zijn).  Braeckman weet toch ook al lang dat homeopathie een alternatieve geneeskunde is. Waarom dan die verbazing voorwenden? “Waarom, zo kan men zich dan afvragen, zijn er dan artsen die zich wel degelijk ook homeopaat noemen?” Het is alsof hij nu pas inziet dat homeopathie ten opzichte van de heersende wetenschap in een vergelijkbare positie verkeert als creationisme. Voordien kon hij nog enigszins begrijpen dat er artsen waren die in homeopathie geloofden, maar nu homeopathie praktisch hetzelfde blijkt te zijn als creationisme is de verbazing ineens totaal.

2. Er kan hoogstens van een placebo-effect sprake zijn, volgens Braeckman. Dit noemt hij zelfs onweerlegbaar aangetoond. Ik denk dat hij liegt. Ik dacht dat ook andere effecten gedocumenteerd waren. Bijvoorbeeld het effect van het feit dat homeopathische artsen gemiddeld meer tijd nemen voor een consultatie, hetgeen blijkbaar op patiënten met bepaalde chronische condities het effect heeft dat de behandeling beter lijkt te werken. Een toevallig effect, maar wel een dat eigen is aan de homeopathische methode.

Ik heb de indruk dat Braeckman vooral het klassieke placebo-scenario naar voren wil schuiven: ik neem iets dat op zich niet werkt, maar om een onduidelijke reden gaat mijn kwaal toch over. Het is over dat scenario dat hij het wil hebben, en hij wil aantonen dat de reden waarom het kwaaltje weggaat onduidelijk is. Dat is alles wat hij over het placebo-effect te zeggen heeft. Het is al een kort artikel, maar dan nog wijdt hij ganse alinea’s aan de loutere beschrijving van wat het placebo-effect betekent. Namelijk dat het niet duidelijk is waaraan de genezing ligt: aan een homeopatisch medicijn, een regulier medicijn, een Orval, een koffie, een plaat van Bob Dylan of gelijk wat anders.

3. “Het antwoord hierop bevat meteen ook de sleutel om te begrijpen waarom homeopathie en honderden andere onbewezen, vaak zelfs volstrekt absurde middeltjes en opvattingen populair zijn en blijven (…)” Dat zou mooi zijn. Vraag: hoe kan het zijn dat, uiterst verbazingwekkend, gestudeerde dokters in homeopathie geloven? Antwoord: het principe van subjectief bewijsmateriaal dat in het volgende stukje uitgelegd wordt. Meteen is het mysterie opgelost, en niet alleen dat, maar het is ook nog eens zo opgelost dat is aangetoond dat het een spijtige maar begrijpelijke toevalligheid is. De lezer ziet in hoe de arme dokter ten prooi kan vallen aan deze homeopathie-valkuil, die nu eenmaal gegeven is door de manier waarop ons brein werkt. Meteen beseft de lezer dat hij slimmer is dan dat.

Het zou allemaal erg mooi zijn. Maar spijtig genoeg is het principe van subjectief bewijsmateriaal (zoals ik het maar noem) even zinloos als ongemotiveerd. Daarmee vervalt natuurlijk ook het gehele Braeckmaniaanse antwoord op de mysterieuze vraag “hoe kan het dat er artsen zijn die ook homeopaat zijn?” De vraag is in feite helemaal niet opgelost. De vraag blijft gewoon staan als vraag.

Ik ga nu in op het principe van subjectief bewijsmateriaal.

Het menselijk brein is door evolutie niet ontworpen om onmiddellijk en moeiteloos te begrijpen wat de kracht is van wetenschappelijk onderzoek dat dubbelblind, gerandomiseerd, placebogecontroleerd en statistisch verantwoord is uitgevoerd. Die strenge criteria zijn de voorbije decennia op scherp gesteld om te vermijden dat onze subjectieve opvattingen hoger worden ingeschat dan de resultaten van objectieve studies.

Mensen zijn er nu eenmaal van overtuigd dat iets waarvan ze denken het zelf te hebben ervaren, een veel groter waarheidsgehalte heeft dan om het even welke studie, ook al nam ze ruim tien jaar in beslag, is ze gepubliceerd in een wetenschappelijk toptijdschrift en bevestigd door meerdere opvolgingsstudies.

Iedereen die zich ooit kritisch opstelde tegenover het alternatieve geloof kent deze repliek: “Ik nam een alternatief middeltje, en mijn klacht was verdwenen. Hoeveel meer bewijs wil je nog?”

Het is zo goed als onmogelijk om aan zo iemand uit te leggen dat subjectief, anekdotisch bewijsmateriaal niet opweegt tegen wetenschappelijk correct uitgevoerde studies. Hoe verstandiger zo’n believer is, hoe moeilijker de discussie: slimme en hoger opgeleide mensen (zoals artsen) zijn immers beter in staat om opvattingen die ze zich om onverstandige redenen eigen maakten, te verdedigen op voor zichzelf bevredigende wijze.

Wat zegt Braeckman eigenlijk? Het is een theorie over de reden waarom mensen in homeopathie geloven. Bij nader inzien gaat het eigenlijk om een tweeledig probleem. Ten eerste, hoe komen mensen er om te beginnen toe in homeopathie te geloven; ten tweede, hoe komt het dat ze er blijven in geloven.

De theorie over het eerste luik is heel dun, het is weinig meer dan een verhaaltje. “Ik nam een alternatief middeltje, en mijn klacht was verdwenen. Hoeveel meer bewijs wil je nog?” Dat is hoe het geloof in homeopathie ontstaat. Ik heb de indruk dat een welwillende lezer hier een beetje tussen de regels moet lezen. Het geloof in homeopathie kan natuurlijk ook op een andere manier ontstaan, maar de hoofdzaak is dat het nooit op een wetenschappelijk correcte manier kan ontstaan. Nooit om een goede reden, altijd omwille van anecdotisch bewijsmateriaal. Het voorbeeld van de man die iets innam waarop zijn klacht verdween is alleen maar een prototypisch voorbeeld.

De theorie over het tweede luik heeft al meer schijn van een argument. “Het is zo goed als onmogelijk om aan zo iemand uit te leggen dat subjectief, anekdotisch bewijsmateriaal niet opweegt tegen wetenschappelijk correct uitgevoerde studies. Hoe verstandiger zo’n believer is, hoe moeilijker de discussie: slimme en hoger opgeleide mensen (zoals artsen) zijn immers beter in staat om opvattingen die ze zich om onverstandige redenen eigen maakten, te verdedigen op voor zichzelf bevredigende wijze.”

Om zijn retoriek moet men dit argument bewonderen. Het lijkt plausibel. Misschien gelooft Braeckman zelfs echt dat het klopt. Het resultaat van het argument ligt in ieder geval helemaal in de lijn van zijn wereldvisie. Omdat ik nu eenmaal al in homeopathie geloof, kan ik heel goed voor mijzelf rechtvaardigen dat homeopathie juist is. Maar tegelijk is het onmogelijk dat mijn rechtvaardigingen inhoud zouden kunnen hebben. Nee, ik moet dit bijgeloof hebben verkregen op een inhoudsloze manier, en alle inhoudelijke argumentaties zijn niet meer dan ongefundeerde spinsels die ik er nadien rond heb gesponnen (ik reken mijzelf nu even tot de slimme en hoger opgeleide mensen).

Stel dat het argument waar was. Wat zegt het dan over Braeckman zelf? Braeckman heeft ook een brein. Schijnbaar zou dan ook op hem het tweeledige principe toepasbaar moeten zijn: hij heeft een basisgeloof en daarrond allerlei spinsels waarmee hij in staat is zijn basisgeloof op voor zichzelf bevredigende wijze te verdedigen. Alles wat zou moeten gelden als argument voor zijn positie, daarvan zou men eigenlijk moeten zeggen: “Tja, je denkt wel dat dat een argument is voor je positie, maar het is niet meer dan normaal dat je je eigen positie met hand en tand gaat verdedigen. Je argumenten doen er eigenlijk niet toe, wat er toe doet is je basisgeloof.” Braeckman zal waarschijnlijk antwoorden: “Inderdaad. Mijn basisgeloof is dat de wetenschap juist is, en dat onderbouw ik. En omdat ik een slimme mens ben, doe ik dat op een voor mijzelf bevredigende wijze.”

Natuurlijk doet hij dat op een voor zichzelf bevredigende wijze. Iedereen rechtvaardigt zijn positie op een voor zichzelf bevredigende wijze. De vraag is alleen hoeveel men bereid is zijn positie in vraag te stellen vooraleer men begint te rechtvaardigen.

Om zijn positie te rechtvaardigen, zal hij waarschijnlijk zeggen: “Het grote verschil is, dat mijn positie wetenschappelijk is.”

Daarover kan men een lange discussie houden. Is dat als rechtvaardiging bevredigend, dat het wetenschappelijk is? In elk geval bestrijd ik niet dat Braeckmans positie wetenschappelijk is. Ik wil alleen beweren dat zijn hele positie uit niet meer bestaat dan de stelling: “Het is wetenschappelijk, dus is het juist.” Dat is de kern en die bestrijd ik helemaal niet. Alleen heeft wat errond hangt geen substantie. En voor een filosoof vind ik dat mager.

Ik geef dus zonder meer toe dat Braeckmans positie wetenschappelijk is. Geef ik dan ook toe dat homeopathie niet werkt? Nee, ik vind dat homeopathie gewoon een alternatieve theorie is. Net als creationisme, net als relativiteitstheorie ooit.

Creationisme, astrologie … Op de vergelijkingen komt het niet aan. Het komt erop aan in welke richting het alternatieve zich beweegt. Is het gericht op het verleden of op de toekomst? Terzijde gezegd: ik geloof dat creationisme niet helemaal deugt omdat het sterk naar het verleden wijst. Homeopathie in feite ook, en in die mate geloof ik er ook niet volledig in. Maar aan de andere kant is er misschien wel dringend behoefte aan een alternatief naast de huidige geneeskunde. Een alternatief dat, in tegenstelling tot homeopathie, wel naar de toekomst wijst. Ondanks alle verwezenlijkingen van de huidige geneeskunde, vind ik dat deze wetenschap ook haar schaduwkanten heeft en niet altijd in alle opzichten de gezondheid van de mensen bevordert. De vraag voor mij is: als dat alternatief op het toneel verschijnt, zullen we er dan voor openstaan?

Je kan openstaan voor een ander discours of je kan pertinent weigeren ernaar te luisteren. Dat hangt meestal samen met hoe meer of minder fundamenteel je je eigen basisdiscours in vraag stelt. Maar wat ik nu zeg is eigenlijk triviaal. Vanuit dit kader met al zijn trivialiteit begrijp ik echter niet hoe Braeckman zo verbaasd kan zijn over homeopathische artsen. Hij gaat er net van uit dat mensen opgesloten zitten in hun basisdiscours (of in hun brein). Waarom is hij dan zo verbaasd dat aanhangers van de homeopathie niet onmiddellijk inzien: “Och ja, wetenschap heeft gelijk en dus is mijn eigen homeopathische discours weerlegd”?

Ik geloof dat het op die manier niet zal lukken om open te staan voor zinvolle revoluties in de wetenschap. Men moet bereid zijn om te luisteren naar een alternatieve theorie. (Voor alle duidelijkheid, ik zeg niet dat homeopathie de alternatieve theorie is die we dringend nodig hebben.) Een geloof in de één-op-éénverhouding tussen wetenschap en waarheid is daarvoor niet voldoende. Men moet een betere methodologie hebben, een beter begrip van hoe het komt dat niet iedereen hetzelfde denkt, een hogere standaard voor argumentaties. Verdedigen dat iedereen de opvattingen die hij zich heeft eigen gemaakt op voor zichzelf bevredigende wijze verdedigt, om dan te kunnen verdedigen dat men niet hoeft in te gaan op alternatieve theorieën, beantwoordt niet aan een dergelijke standaard.

Het argument van het subjectief bewijmateriaal is geen zinvol of houdbaar argument. Maar op het argument zelf ben ik nog niet ingegaan. Ik heb alleen beschreven waar het toe leidt wanneer ik er verder over nadenk. Wat zegt het op zichzelf?

Het zegt: als ik iets geloof dat geen wetenschap is, dan komt dat door het principe van subjectief bewijsmateriaal. Alleen als ik iets geloof dat wetenschap is, dan is het mogelijk dat het houdbaar, gerechtvaardigd, te goeder trouw … is.

Vandaar: alle argumenten die ik ooit zou kunnen hebben voor een alternatieve positie zijn a priori al ongerechtvaardigd. Kortom, de inhoud van mijn argumenten doet er niet toe (tenzij ze de wetenschap ondersteunen).

Dit is een belachelijk argument.

Vanuit een andere hoek benaderd: voor wie maakt het argument eigenlijk een verschil?

Meneer A gelooft dat je van chocolade puistjes krijgt, op basis van subjectief bewijs.

Meneer B gelooft dat je van chocolade geen puistjes krijgt, op basis van subjectief bewijs.

Meneer C gelooft dat je van koffie wakker wordt, op basis van subjectief bewijs.

Meneer D gelooft dat je van koffie niet wakker wordt, op basis van subjectief bewijs.

Wie heeft gelijk? Meneer B en meneer C, omdat de wetenschap zegt dat je van chocolade geen puistjes krijgt, maar van koffie wel wakker wordt. Inhoudelijke argumentatie van meneer A of meneer D is niet relevant. Natuurlijk niet, zij zullen hun eigen positie immers wel met argumenten verdedigen.

Misschien is dit niet wat Braeckman bedoelt, maar het behoort nog tot het meest coherente dat ik kan concluderen uit wat hij zegt. Het argument van het subjectief bewijsmateriaal en het subjectief rechtvaardigen is een belachelijk argument. En het laat zich ook niet op een andere manier formuleren, zodat het belachelijke eruit verdwijnt en er een zinvolle kern overblijft. Het enige dat voor het argument spreekt, is dat het bij oppervlakkige lezing aantrekkelijk lijkt.

 —–

Wat is een kritische houding, als het niet is dat je kritisch naar je eigen vooronderstellingen kijkt? Dat je kritisch kijkt naar die van anderen? Dat is niet zo moeilijk. Maar je hoeft het je blijkbaar niet zo moeilijk te maken als je kan aantonen dat je wetenschappelijk bezig bent.

Hoe dan ook, het soort argumenteren dat het gevolg is van een dergelijke houding verwacht ik misschien nog van een wetenschapper, maar ik verwacht het niet van een filosoof.

Advertenties

2 gedachtes over “Johan Braeckman over homeopathie

  1. Koen zegt:

    Wat een epistel!

    Ik kan je analytische schrijfstijl zeer waarderen, al ben ik het op meerdere punten niet geheel eens met je gevolgtrekkingen.

    Om meteen naar de essentie van dit debat te gaan. De homeopathie en de houding van Braeckman in deze.

    Het is (voor mij) belangrijk om weten dat Braeckman in de eerste plaatst een ‘wetenschapsfilosoof’ en ‘ethicus’ is die zich aan geen enkele (filosofische) school laat binden. Mss zoiets als het post-filosofische denken…

    Ivm de homeopathie. Ik kan je bovenstaande analyse smaken, alleen ga je voorbij aan de harde en ruimschoots gedocumenteerde – natuurkundige – realiteit waarmee de homeopathie te kampen heeft. Die realiteit is verpletterend en laat geen ruimte voor suggestie, of voor de vergoelijking van de homeopathie alsof ze alsnog een waarheidsgehalte zou omvatten. Natuurkundig gaat het hier over een misleidende, op een positieve manier verworpen therapie die als dusdanig moet kunnen geïnformeerd worden aan het volk. Heeft het volk daarbuiten nog steeds haar keuzevrijheid? Uiteraard, zonder twijfel. Net zoals religie kan worden gepraktiseerd, maar niet thuishoort in de publieke ruimten… Alle overige claims zijn idd enkel toe te schrijven aan placebo, een ondertussen ruimschoots gedocumenteerd en bewezen fenomeen. Mét, niet onbelangrijk, bijzondere implicaties op ethisch vlak als het gaat over haar toepasbaarheid.

    Ik heb het dus wat moeilijk met de analyse van een betoog waar nergens rekening wordt gehouden met de – in dit geval wetenschappelijke, natuurkundige – werkelijkheid terzake.

    Een geur van oeverloze tolerantie, bijna tegen beter weten in. Soms moet je durven conclusies trekken, hoe hard ze ook zijn. Van maatschappelijke demystificatie doorheen de geschiedenis is bij mijn weten nog niemand (of toch weinigen) slechter geworden.

    Ik lees je nuances. Maar ik stel ook voor dat je voor bepaalde onderwerpen (bijvoorbeeld de homeopathie) op zoek gaat naar de naakte waarheid. Literatuur aan overvloed op het net, ook genuanceerd. En ik vermoed dat Braeckman net dat stadium, voor wat de homeopathie betreft, al voorbij is. Met alle bouwde positie innamen als gevolg. Het maatschappelijk ongeduld van de geïnformeerden?

    Voorts durf ik me niet meteen wagen aan het filosofisch debat dat je hier enigszins voert. Voor zover ik er iets van weet gaat filosofie (geregeld) over waarheid. In het verlengde hiervan heeft deze ‘quest for truth’ ons de moderne wetenschappen opgebracht. Ook al is het (filosofische) werk binnen de wetenschappen verre van af, toch doe ik telkens opnieuw één frappante vaststelling:

    Van alle wereldbeelden die we kennen, of tot nog toe gekend hebben, is de wetenschap (voor zover je dat als een wereldbeeld aanvaardt) het enige dat zichzelf in vraag stelt ten faveure van een beter, meer waarheidsgetrouw inzicht ter zake.

    Komt de wetenschap met zo’n quasi definitief inzicht terzake, dan wordt de (filosofische) ‘waarom’-vraag (kortstondig) overbodig gezien we het over een (in dit geval) ontegensprekelijk natuurkundig feit hebben. Het werd immers bewezen. En voor sommige bewijzen is geen plaats meer voor interpretatie. Cfr. Eerste Hoofdwet. Dan blijft er vaak enkel nog de ethische implicatie over. En dit desondanks de wetenschap hier intrinsiek ‘altijd’ ruimte voor verbetering zal laten.

    Mijn voorlopige moraal van dit verhaal. Braeckman bevindt zich in een tijd waar ik maatschappelijk alleen maar van kan dromen. Want strikt genomen en alles in rekening gebracht heeft hij vandaag inhoudelijk overschot van gelijk. Zonder vals-positieve of vals-negatieve argumenten te gebruiken, maar enkel rekening houdend met de feitelijke realiteit.

    Koen.

  2. simboels zegt:

    1) Natuurlijk moet het resultaat van een wetenschappelijk onderzoek kunnen geïnformeerd worden aan het volk. Als dat resultaat is dat homeopathie niet houdbaar is, dan is dat daarop geen uitzondering. Geïnformeerd is het juiste woord.
    2) Soms moet je durven conclusies trekken.
    Op alle vlakken van het leven, maar niet in de filosofie. Waarom niet? Simpel: filosofie is gericht op de waarheid. Als ik een knoop doorhak en beslis dat A de waarheid is en niet B, dan maakt dat het nog niet de waarheid. Waar ik nu over spreek is de waarheid met een grote W. Veel hedendaagse wetenschapsfilosofen zullen zeggen dat waarheid met een grote W onbereikbaar is, en dat je alleen kan mikken op waarheid met een kleine w. Veel van deze laatste filosofen stellen waarheid met een kleine w dan ook nog eens gelijk met wetenschappelijke waarheid. Ik niet, beschouw me op dat vlak maar als een agnost.
    Al te vaak wordt er op het vlak van ideeën, het vlak waar de waarheid zou moeten heersen, gedurfd van conclusies te trekken. Het gevolg daarvan is vaak dat men niet meer naar elkaar luistert. De filosofie is daar trouwens ook niet vreemd aan. Veel continentale filosofen gaan niet in op de argumenten van angelsaksische filosofen en omgekeerd. Een continentale filosoof zou gemakkelijk het artikel van Braeckman gelezen kunnen hebben en het afgekeurd hebben op algemene gronden, zonder in te gaan op bijvoorbeeld Braeckmans argumentatie van het subjectief bewijsmateriaal. Het omgekeerde zou even gemakkelijk hebben kunnen voorkomen. Wat je aanduidt met “ongeduld van de geïnformeerden” is vaak terecht, maar de onterechte variant is tegenwoordig ook onwaarschijnlijk wijd verspreid.
    Ik beschouw het als een van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb in mijn opleiding filosofie, dat dat pad meestal nergens toe leidt. Het pad van het overslaan van het ingaan op de argumentatie. Als ik bij mezelf denk dat ik van een positie het pro en het contra goed overwogen heb, dan gaat er een waarschuwingslampje op in mijn hoofd: ik zal waarschijnlijk toch te haastig geweest zijn met het terzijdeschuiven van de tegenargumenten tegen mijn positie. Inderdaad, dat zal me wel “oeverloos tolerant” maken. Maar de keuze die ik zie is alleen die tussen openstaan voor wat waar is aan de eigen en aan andermans gedachten, en naast elkaar heenpraten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s